maandag 1 augustus 2016

Bed en Break, Goed idee zeg!


Bed en Break
Als ik trainingen geef in verre oorden overnacht ik ook in een hotel. Ik merk dan hoe ontspannend dat is. Lekker, als je iets belangrijks gaat doen en dan de nacht ervoor in een hotel slapen. Goed bed, ontbijt met een bijzonder soort lotgenoten. Namelijk hotelgasten. Goed bed.
Volstrekt logisch dat Bed en Break ook voor mensen met psychische problemen ontspannend werkt.

Wat mij aanspreekt
Het is zo eenvoudig. Even uit je eigen setting, even een andere omgeving. Even andere mensen zien. Even geen gezeur. Een goed bed, lekker bad of douche. Ontbijt met vers sinaasappelsap etc.
Het blijkt dus erg herstellend te zijn als je even kort loskomt van je sores. Daar heb je blijkbaar geen kliniek of hulpverlening voor nodig. Gastvrijheid, een prettige omgeving en je eigen gang kunnen gaan blijkt al genoeg. Daarna weer verder, in mijn geval een training geven.

Hoe zou dat werken?
Ik denk dat het er mee te maken heeft dat je dan even anoniem kunt zijn wie je bent. Niemand weet wat jou bezighoudt, wat je gaat doen en waar je vandaan komt. Dat terwijl je toch gastvrij ontvangen wordt en gerespecteerd wordt.
Een bijzondere wijze van autonomie en verbondenheid met anderen.
Dat zijn twee basisbehoeften van mensen. Ieder mens wil op zijn eigen wijze zijn eigen keuzes maken en ieder mens vindt het prettig zich op de een of andere manier verbonden met anderen te voelen.

Welke ideeën schieten je nou te binnen?
Als er zulke eenvoudige ingrediënten zijn voor goede zorg, wat kan ons dan nog meer te binnen schieten? 
Samen op broeden!

zondag 8 mei 2016

“NOT YET” idee sluit goed aan bij Herstel




Als je het idee hebt “dat kan ik niet” kun je ook anders denken. 

 “Dat kan ik niet” wordt dan: “Dat kan ik nog niet”. 

“The power of Yet” noemt Carol Dweck dat. Of te wel het ontwikkelen van een groei mindset bij jezelf. Mensen met psychische problemen zijn, misschien nog wel meer dan anderen, geneigd aan zichzelf te twijfelen.
Bijv. “Betaald werk krijgen, dat kan ik niet”.  “Een studie afmaken lukt mij niet met deze aandoening”.   
Bij stichting ZON hebben Frouke Lampe en ik een workshop “groei mindset” verzorgd. Het gaat om: Herkennen en aanmoedigen van de groei mindset bij jezelf en bij anderen.
“Het is zo belangrijk hoe we als mensen op elkaar reageren” vertelde een deelnemer na afloop. Complimenteren en feedback geven luistert heel nauw.
“Als ik iemand een compliment geef omdat diegene iets voor elkaar krijgt wat moeilijk is, haalde ik snel mezelf vaak onderuit. Zo ver ben ik helemaal niet, dat kan ik toch niet dacht ik dan. Beter om te denken: Dat kan ik nog niet, misschien kan ik wel iets leren van diegene. Hoe zij het aanpakt.”
De kern van de groei mindset. “Niet” wordt “Nog niet”. Je gaat dan veel meer nadenken over hoe je iets kunt leren. 

maandag 28 maart 2016

Iets leren tegen de verwachting in



Tijdens een training van Raad op Maat “coachend werken in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking” deden we de oefening:
‘Denk eens aan iemand die je iets hebt zien doen of zien leren waarvan diegene zelf, jij of anderen van tevoren dachten dat dat eigenlijk onmogelijk zou zijn. Zo van “Dat krijgt diegene nooit voor elkaar.”
Er kwam een mooi voorbeeld naar voren:

Een jonge vrouw met een verstandelijke beperking maakt gebruik van de dagbesteding in de stad. Wordt daarvoor al jaren met het busje gehaald en gebracht. Door veranderingen in de zorg is het vervoer niet meer mogelijk. Vreselijk voor de vrouw, ze zal niet meer naar de dagbesteding kunnen of ze moet zelf met het OV. Maar dat gaat niet, dat kan ze niet.
De vrouw zelf, de woonbegeleiding van de vrouw, de begeleiding op het dagcentrum en de familie zijn ervan overtuigd dat zelfstandig reizen eigenlijk onhaalbaar voor haar zal zijn. Zelf ziet ze er erg tegen op. Maar omdat het belang heel groot is om toch naar dagbesteding te kunnen, gaan ze het proberen om het te leren.

Van niet naar nog niet
Iedereen moet als het ware de knop omzetten. “Dit kan ik niet” wordt “dit kan ik nog niet”. “Dat kan ze niet” wordt “Dat kan ze nog niet”. “Dat kan ze nooit” wordt “Dat kan ze tot nog toe niet”
De vrouw, familie en begeleiders maken de omslag van “Niet” naar “Nog niet”. Van statisch denken naar groei denken. Van de fixed mind-set naar de groei mind-set.  Ze gaan het proberen, oefenen, stap voor stap. Met geweldig resultaat!
Na lange tijd kan de vrouw zelfstandig met de tram door de stad naar het dagcentrum reizen.  Wie had dat nou verwacht? Ze heeft het geleerd en kan nu zelf met het OV naar haar werk. Tegen de verwachting in.  Als het nu maar goed blijft gaan, wat als het een keer mis gaat? En het gaat een keer mis. Op een gegeven keer stapt ze een halte te laat uit. Personeel was er erg bevreesd voor dat er dan paniek zou uitbreken wat grote gevolgen zou hebben. Zou ze gaan dwalen, ongelukken maken in het verkeer etc. ?
Wat bleek, de vrouw kwam erachter dat ze te ver was gereisd, stapte uit, stak de weg over en wachtte aan de overkant op de eerstvolgende tram waarmee ze één halte terugreed. Er brak geen paniek uit, ze was wel iets later op de activiteitenplek, dat was al. Dit had niemand verwacht. Het zelf reizen was goed gelukt.
Een paar vragen aan de begeleidster:

Hoe lukte het de knop om te zetten van fixed naar groei?
“Het belangrijkste was dat iedereen ervan doordrongen was dat het zo belangrijk voor haar was. Het centrum vervulde een heel belangrijke rol in haar leven. De vrouw zelf vond het erg leuk om daar te zijn, maar ook de familie en begeleiding waren ervan overtuigd dat dat niet verloren mocht raken. Iedereen was dus erg gemotiveerd, het was belangrijk, ze wilden het echt.”
“Wat ook hielp was dat de vrouw, familie en begeleiders elkaar hielpen om de knop om te zetten. “Stel dat het lukt, dat zou toch fantastisch zijn” Een positieve verwachting scheppen.”

Hoe gingen jullie dit aanpakken?

  • Heel veel oefenen in de praktijk. Samen naar de tramhalte lopen, samen met de tram reizen. Keer op keer. Vaak herhalen.
  • Het was belangrijk om telkens een klein doel te hebben. Bv zonder hulp de tramhalte vinden.
  • In kleine stapjes op delen.
  • Vooral niet opgeven, als het een keer minder goed ging toch door gaan. Over de tegenslag heen stappen.
  • Succesjes vieren, daar een feestje van maken.
  • Slim oefenen, juist dat oefenen wat nog moeilijk is maar al bijna gaat.

Hoe heeft ze het volgehouden en hoe hebben jullie het als helpers volgehouden?
“Eigenlijk samen, vooral ook de vader van de vrouw heeft heel veel tijd erin gestopt. Anders was het nooit gelukt. Maar omdat ze vorderingen maakte kreeg ze er ook plezier in. Op een gegeven moment hadden we het gevoel dat het sowieso geslaagd zou zijn ook al zou ze het einddoel niet halen. Ze kreeg er plezier in. Maar ze haalde het einddoel wel!”

Wat hebben jullie als helpers hiervan geleerd?
-          Heel veel, vooral dat je nooit van tevoren kunt zeggen of iemand iets kan leren of niet. Als je denkt dat het niet lukt wil dat niet zeggen dat het toch niet zou kunnen.
-          Dat ik dus heel voorzichtig moet zijn om te denken dat iets niet kan, er kan echt veel meer, ik heb het gezien.
-          Dat je er echt veel tijd in moet stoppen en dat kun je niet alleen. Je hebt meerdere helpers nodig.
-          Als iemand iets echt belangrijk vindt, dan kan er meer dan je denkt.
-          Ook dat je een doel moet hebben om eraan te beginnen. Maar als je het doel misschien niet helemaal bereikt kan het toch wel de moeite waard zijn

Wat kunnen we hieruit opmaken 
  • Mensen kunnen altijd vooruitgang boeken, ook al hebben ze een ernstige beperking.
  • Met een goede aanpak kom je verder dan je dacht. Hoe ver dat weet je van tevoren niet
  • Met de juiste steun kan er meer dan je denkt
  • Dit verhaal is voor mij mijn leven lang een geheugensteuntje nooit op te geven


Tips Voor gemeenten en aanbieders:
-          Het loont vaak meer om mensen te helpen nieuwe dingen te leren
-          Je weet niet precies hoever iemand komt, maar iemand komt altijd verder dan hij nu is.
-          Je kunt het best in leerdoelen denken in plaats van in prestatie doelen.
-          Bij een leerdoel kijk je eerst naar iemand gaat leren, dat is altijd in beweging, dat staat niet vast.
-          Bij prestatiedoelen kijk je eerst naar wat iemand kan, niet kan of welke voorziening nodig is.  

dinsdag 1 december 2015

Eigen keuzes…daar kies je voor!

Een cliëntenondersteuner wil aan het eind van het gesprek met een cliënt de taken verdelen die de komende tijd gedaan moeten worden. Wat doe ik, wat doe jij…. Het valt de ondersteuner op dat de cliënt haar taken zelden uitvoert. Er komt altijd iets tussen, lukte niet of ze is er niet aan toe gekomen.
De ondersteuner ervaart dat als vervelend. Als intervisiebegeleider vraag ik:
“Hoe pak je het aan om de taken te verdelen?”
“Nou eenvoudig. Aan het eind van het gesprek som ik op wat er gedaan zou moeten worden. Dat stel ik voor welke onderdelen ik ga doen. Dan vraag ik of zij die andere dingen wil doen. Dat is altijd veel minder, dat kan het probleem niet zijn. Ik let er goed op dat het niet te veel voor haar wordt”

Ik stel voor om eens een experiment te doen. Dat kan als volg:

O: “Voor de komende tijd moeten er een aantal dingen gebeuren. Ik stel voor dat eens op een rijtje te zetten. OK?
C: “Prima”
O: “Waar denk jij aan wat moet er gebeuren?”
C: “Nou 1, 2 en misschien wel meer”
O  “Daar dacht ik ook aan en misschien ook 3, 4 en 5. Welke dingen stel je voor dat jij op pakt?”
C: “Lastig, ik heb niet zo veel tijd, ik kan niet veel doen. Als ik nou 4 doe en probeer om 5 ook te doen?”
O: “OK laten we het zo afspreken dan doe ik 1 en 2 en 3. Dan bellen we nog even over 5 OK?
C: “Prima”


De ondersteuner wil zo’n experiment gaan proberen.

Autonomie ondersteunen:
Als je zo te werk gaat, geef je iemand de keus. Als mensen hun eigen keuzes kunnen maken, kiezen ze die dingen die het meest bij hun passen, die ze denken te kunnen en/of die ze erg belangrijk vinden. Dat motiveert.
Als je zelf kiest, is het ook moeilijker om de volgende keer te zeggen dat het niet gelukt is. Het was toch jouw keus, daar koos je toch voor.

De ondersteuner had wel eens nagedacht over deze aanpak, maar was altijd een beetje bang dat de cliënt dan niets zou kiezen. Daarom maakte hij zelf de keuze impliciet voor de cliënt. 


Stel dat de cliënt niets zou kiezen, wat zou het verschil dan zijn met de huidige gang van zaken?
Wat heb je te verliezen als je mensen de keuze geeft?
Wat heb je te winnen? 


Je kunt vaak laten merken dat mensen eigen keuzes hebben. Mensen vinden dat meest heel prettig. 
Bijvoorbeeld bij de intake gesprek van de een wijkverpleegkundige die vroeg:
"Wat wilt u wat in liefst zelf blijven doen? Hoe laat komt het u het beste uit als ik kom?
Of bij een coachingsgesprek: "Wat zou voor jou nuttig zijn om te bespreken?"
 

donderdag 19 november 2015

De gemeente....dat is een hele andere wereld

“Die gemeenten hebben nu de zorg in hun portefeuille, maar ze leven in een heel andere wereld. Daar loop je constant tegen aan. Ze snappen je gewoon niet. Ze weten niet waar het over gaat” 
Dat zei een deelnemer aan een training Lobbyen voor zorg en welzijn van Zorgbelang Zuid-Holland. Deze deelnemer heeft zijn leven lang in het bedrijfsleven gewerkt en zit nu in een wmo adviesraad.
Hij licht zijn ervaring toe: “Je praat met ambtenaren en die denken in beleidstaal. Ze praten in getallen, procedures en opgelegde doelen. Daar hebben mensen die van zorg afhankelijk zijn niks aan”.  “Ik snap ook wel dat ze het van het rijk goedkoper moeten organiseren, maar ze snappen de zorg niet en de zorgvragers ook niet. Zo komt er niets van terecht”
Het probleem was duidelijk: gemeenten en zorg lijken twee andere werelden.

De wereld van het menselijk verhaal.
Mensen die afhankelijk zijn van zorg hebben te maken met alledaagse zaken. Hoe krijg ik boodschappen in huis?  Hoe houd ik mijn huishouden draaiend? Wie komt mij morgen wassen en op welk moment? Hoe gaat het nou met die medicijnen die telkens een andere naam hebben? Hoe kom ik af en toe de deur uit? Kan ik de huur nog betalen met al die eigen bijdragen? Wat doet de gemeente nou nog wel?  Al dat soort dingen.  Dat houdt mensen bezig die zorg en ondersteuning nodig hebben. Als je je daar in verdiept en meer wilt weten, krijg je een verhaal te horen. Dan zie je een persoon voor je. Dan maak je contact met elkaar. Dan praat je over ervaringen van mensen.  Dan word je geraakt en laat je iets van jezelf zien. Goede zorg sluit daar nauw bij aan. Dat heeft betekenis voor de burger.

De wereld van getallen en procedures:
Gemeenten die de zorg organiseren hebben te maken met financiën en zorgaanbieders. Met beleidsplannen en procedures. Gemeenten praten dan in termen als “zelfredzaamheid” en “participeren”. Gemeenten praten over “doelgroepen” en “kwetsbaren”. Gemeenten willen graag kunnen tellen en meten wat het beleid oplevert. Ambtenaren stoppen dat in matrixen en ict systemen etc.  Er komt een “participatie profiel” uit of een “redzaamheidsscore”.  Voor de gemeente heeft dat betekenis.

Echter goede zorg moet ook betaald en georganiseerd worden. Het menselijk verhaal is nodig in de rationele gemeente wereld.  Zo niet, komen er oplossingen die niet goed genoeg aansluiten. Burgers merken dan dat
ze het zelf moeten opknappen.

Wat kun je er aan doen?
Een paar ideeën:

  • Om de zorg goed te organiseren en menselijker te maken kun je als belangenbehartiger of WMO raad de rationele gemeente wereld kennis laten maken met de ervaringswereld van de cliënten.
  • Voorbeelden gebruiken en vertellen wat mensen meemaken.
  • Ontmoetingen organiseren waar ambtenaren en wethouders koffie drinken met cliënten en ervaringsdeskundigen. Of iets samen gaan doen. (bijvoorbeeld pannenkoeken bakken in een activiteitencentrum, speed-date, high tea etc. )
  • Geen jargon gebruiken, maar putten uit je ervaring en die van anderen.
  • Als je met een wethouder praat bijvoorbeeld iemand uit de achterban meenemen.
  • Een kwalitatief (verhalen) onderzoekje doen als aanvulling op de benchmark
  • Welke nog meer…….
Het is erg nuttig dat de rationele gemeente wereld en de wereld van menselijke ervaringen regelmatig met elkaar in contact komen. Daar wordt iedereen beter van.