donderdag 23 augustus 2012

stigmatisering in de GGZ

Mensen met psychische aandoeningen ervaren vaak een stigma, een soort merkteken:
“Ik ben anders, ik word afgewezen, ik hoor er niet bij” Dat wordt soms zo hevig ervaren dat er sprake is van “een tweede aandoening”.  
Wat zouden we willen in de plaats van dat stigma?  Vaak krijgen we antwoorden als: “ondanks mijn aandoening erbij horen, voor vol aangezien worden, eigen beslissingen nemen, de kost verdienen, eigen woonplek op mijn manier, vrienden, een relatie etc.”
Cliënten noemen vaak woorden als “er mogen zijn”, “er toe doen”, “gerespecteerd worden”. Het tegengestelde van een stigma  lijkt op het ervaren van erkenning en op verschillen lagen. Het krijgen en nemen van verantwoordelijkheid op verschillende terreinen. Voor mensen met psychische problemen is dat vaak een moeilijk punt.
In de positieve psychologie en het oplossingsgerichte werken gaat men uit van 3 basisbehoeften van ieder mens. Ieder mens heeft behoefte aan een bepaalde mate van erkenning en verantwoordelijkheid op het gebied van  autonomie, competentie en verbondenheid.
 Autonomie, competentie en verbondenheid
Autonomie: mensen hebben voorkeur zelf te kiezen waar ze initiatief in willen nemen en zoveel mogelijk zelf bepalen wat ze doen. Bv.
-        wonen                        keuze van woonplek en te voeren huishouding
-        activiteiten                 behoefte passend werk, dagbesteding, hobby’s etc.
-       beslissingen nemen     keuze hebben over eigen oplossingen
-       bejegening                  als volwaardig burger benaderd worden en anderen ook zo benaderen 

Competentie: mensen willen graag competent zijn en zich als competent zien en zijn dat ook al in bepaalde mate.
-       vaardigheden              mensen functioneren het best als hun vaardigheden erkend. worden en gebruikt kunnen worden, en daar verantwoordelijk voor zijn
-        kennis                        ieder mens wil erkenning van de kennis die hij heeft.
-       ervaringen                   ieder mens heeft zijn ervaringen en is daardoor specialist van zijn eigen leven. Heeft daardoor meer zicht op wat werkt en wat niet werkt.       
-       leermogelijkheden      mensen hebben (bijna) altijd mogelijkheden te leren in nieuwe situaties. 

Verbondenheid: Mensen willen betekenisvolle relaties hebben en opbouwen.
-        Intimiteit                    mensen hebben in bepaalde mate behoefte aan intimiteit.
-        familie/vrienden        mensen hebben behoefte aan sociale contacten.      
-       Mantelzorg                 mensen hebben de behoefte om te zorgen voor hun naasten.
-       Omgeving                  mensen voelen zich verbonden met hun omgeving.  

Mensen met psychische problemen hebben dezelfde basisbehoeften als anderen. Dus ook de behoefte om verantwoordelijkheid te krijgen en te nemen op deze terreinen. 

Vragen:
  • Hoe hebben  deze basisbehoeften  met stigmatisering te maken ? 
  • Brengt dit je op ideeen stigmatisering in je eigen situatie of die van anderen te verminderen?

woensdag 22 augustus 2012

Als ik schuldenvrij ben, dan geef ik een groot feest.

Ik raakte aan de praat met een ex dakloze, laten we zeggen Ernst.
Ernst vertelde over zijn periode als dakloze. Hoe zwaar het was. Maar hij vertelde ook meer:

E: “Het is een heel hard leven, je wordt er zelf ook hard van. Het is overleven”
G: “Ik ben nooit dakloos geweest, hoop het ook nooit te worden. Ik kan mij voorstellen dat je hard moet zijn om te overleven op straat. Hoe lang heb je nu al weer een dak boven je hoofd?”
E: “Anderhalf a twee  jaar, nou ja een dak boven mijn hoofd, nog wel met begeleiding. Maar ik leef niet meer op straat”
G: “Dat lijkt me een grote verbetering”
E: “Ja...Op straat kom je van het ene probleem in het andere, dat is nu veel minder. Er zijn nog problemen genoeg. Nu nog een jaar en drie maanden en dan ben ik uit de schuldhulpverlening”
G: “OK, Dat lijkt me een goed vooruitzicht geen schulden meer. Is dat die regeling waarbij je je drie jaar aan bepaalde afspraken moet houden en dat dan je schulden kwijtgescholden worden”?
E “Precies, je moet drie jaar van heel weinig leven, zeg maar een daggeld regeling. Lijkt op zakgeld als een klein kind. Het is niet veel. Maar dat is over een jaar en drie maanden voorbij”!
G: “Dat lijkt me ook een grote stap vooruit, schuldenvrij”
E: “Ja maar ik denk niet dat ik lang schuldenvrij zal zijn. Als ik uit de schuldhulpverlening ben geef ik meteen een groot feest. Daar zal ik wat geld voor nodig hebben”.
Dit moment word je als gespreksvoerder getriggerd om in de advies rol gaan zitten. Je ziet het al voor je. Is hij net uit de schulden en om dat te vieren steekt hij zich opnieuw in de schulden. Je  zou hem willen behoeden voor deze stap. “Doe nou niet stommert” giert het door je hoofd.
Een probleem gerichte benadering zou als volgt kunnen gaan: 

G: “Zou je dat nou wel doen? Ben je net uit de shit en zoek je het meteen weer op?"
E: “Nou nee hoor ik zal het niet opzoeken om weer in de schulden te komen. Maar ik wil een feest houden als ik uit de schulden ben. Tja daar heb je nou eenmaal geld voor nodig, als je dat niet hebt??? Ik kan wel wat lenen bij vrienden.”
G: “Ja maar dan begin je meteen weer te lenen, en moet je weer gaan afbetalen. Is dat wel zo’n goed idee van je?"
E: “Volgens mij weet jij helemaal niet hoe klote het is om zo lang in de schuldhulpverlening te zitten. Als dat voorbij is, dan steek je de vlag uit en wil je een feestje bouwen”
G: “Dat is het juist, dan steek je je meteen weer in de schulden, daar begint het dan weer. Is dat wel een goed idee? Kun je niet beter dat feest laten zitten?"
E: “Ik steek me niet in de schulden, een klein beetje lenen voor een feestje moet kunnen na zo’n lange tijd. Dat moet toch kunnen man!  Nee jij snapt er niks van hoe veel moeite het me gekost heeft.
G:”Ja maar, daar moet je toch eens over nadenken!”

Effect van de probleemgerichte benadering:
  • Weerstand
  • Defensief gedrag
 De oplossingsgerichte aanpak liep als ongeveer volgt:
 G: “Als je na drie jaar schuldhulpverlening die periode kunt afsluiten, is dat een feestje waard. Dat kan ik me voorstellen. Wat zou je willen vieren op dat feestje?”
E: “Nou ja hoeveel moeite het heeft gekost om die periode door te komen, dat is niet simpel hoor”
G: “Vertel eens ..
E: “Ik heb dan drie jaar van een klein zakgeldje geleefd, je moet alles wat je uitgeeft eigenlijk opschrijven. Alles verantwoorden. Je kunt nooit eens iets extra’s doen. Roken en eten daar gaat eigenlijk alles aan op.
G: “Dat lijkt me niet makkelijk, hoe lukt jou dat ondanks dat het zo moeilijk is”?
E: “Eigenlijk hetzelfde als op straat, hard zijn. Je moet hard zijn voor jezelf. Dat ben ik wel geworden. Maar wat vervelend is, is dat je zo als een klein kind behandeld wordt. Je moet voor alles toestemming vragen als je in de schuldhulpverlening zit. Je bent geen eigen baas meer, dat steekt.”
G: “Door hard te zijn voor jezelf kom je deze lastige periode door en word je straks weer eigen baas. Op welke punten ben je nu hard voor jezelf om er doorheen te komen?
E: “Nou ja dat is lastig hoor, maar je moet nee zeggen als iemand biertje met je wil gaan drinken. Je kunt geen nieuwe telefoon kopen al dat soort dingen. Dat kan allemaal niet. Dan moet je gewoon hard zijn. Maar dat is over een goed jaar voorbij”.
G: “Wat is er over goed drie jaar voorbij?"
E: “Nou ja die shit is dan voorbij,dan heb ik wat meer armslag en kan ik me wat meer veroorloven. Loop niet meer aan een lijbandje snap je?”
G: “Ja dat snap ik, meer armslag enzo. Wat zou je willen behouden uit deze periode?
E: “Behouden… ?? Ik heb niks dan valt er ook niet veel te behouden?
G: “OK natuurlijk.....laat ik het anders vragen. Wat wil je hetzelfde blijven doen als deze periode voorbij is?”
E: “Geen schulden maken natuurlijk. Dat lukt wel als ik hard genoeg voor mezelf ben.”
G: “Hoe zou je, over een goed jaar, het feestje kunnen gaan vieren zonder schulden te maken en genoeg hard voor jezelf te zijn”?
E: “ Dat is nog niet zo simpel, sparen van dit kleine beetje wat ik heb dat is erg moeilijk.
G: "Tja... dat lijkt me niet makkelijk...sparen van zo weinig"
 E: "… ik kan het natuurlijk proberen. Zien hoever ik kom. Het is nog een jaar en drie maanden.”
G: “OK veel succes”

 Elementen van Oplossingsgerichte gespreksvoering:
  • Situatie van de ander erkennen
  • De kracht van de ander op sporen
  • Eigen oordeel laten voor wat het is
  • Complimenteuze vraag.
Werken in het referentiekader van de ander:

  • Belangrijke woorden van de ander gebruiken: bv hard zijn voor jezelf.
  • Het belang van het feestje zien vanuit zijn perspectief.

woensdag 1 augustus 2012

strenger selecteren voor de schuldhulpverlening

Schuldenaren met gedragsproblemen moeten die eerst aanpakken voor ze hulp krijgen. (volkskrant 27 Juli)

De regeling schuldhulpverlening maakt het mogelijk dat mensen met schulden onder strenge voorwaarden binnen 3 jaar van hun schulden af kunnen komen. In het artikel wordt uitgelegd dat mensen eerst hun persoonlijke en gedragsproblemen moeten aanpakken voordat ze in de schuldhulpverlening kunnen komen.
Vaak hebben mensen met schulden inderdaad diverse van problemen. Denk aan problemen op het psychische vlak, relaties, verslaving, werkloosheid etc. Een kip of ei vraagstuk. Worden de schulden veroorzaakt door de problemen, of andersom. Het lijkt erop dat met de nieuwe regeling mensen worden opgeknipt in stukjes. Een stukje schuldproblematiek, een stukje geestelijke gezondheid, een stukje gedragsprobleem etc. Eerst het ene probleem oplossen, dan pas de schulden aanpakken. Eigenlijk een achterhaalde aanpak.

Werken aan oplossingen


Mensen met schulden en andere problemen willen aan het begin van de hulpverlening zicht op een beter bestaan krijgen. Een leven met schulden is uiterst stressvol. Mensen zijn meer gemotiveerd voor een behandeling of hulpverleningstraject als ze over de problemen heen kunnen kijken. Praten over hoe het leven er uit gaat zien als de problemen overwonnen zijn, is heel zinvol en geeft mensen weer hoop. Misschien bedoelt Nadja Jungmann (lector rechten van Hoge School Utrecht) dit als ze zegt : "mensen weer in hun kracht zetten ".
Als je bij de sociale dienst en schuldhulpverlening aanklopt word je nog heel vaak geconfronteerd met vooroordelen, moeilijke gesprekken en vervelende procedures. Cliënten zijn gebaat bij de oplossingsgerichte aanpak in de schuld hulpverlening. Daarbij is de kwaliteit van het eerste contact met de hulpverlening erg belangrijk. Tijdens het eerste gesprek zal het einddoel duidelijk moeten zijn: een schuldenvrij leven. Met dat doel voor ogen zijn mensen bereid veel inspanning te leveren. Gedragsverandering lukt beter als je weet waarvoor je het doet. Het lukt nog beter als je een realistisch beeld krijgt van hoe het schuldenvrije leven er uit gaat zien. De route daar naar toe is voor iedereen anders.

Strenger selecteren klinkt heel kordaat, liever zou ik zien dat er vanaf dag één een positief doel geformuleerd wordt ipv over je problemen praten.

donderdag 12 januari 2012

Inzet Ervaringsdeskundigen in de zorg

Onlangs heb ik twee workshops begeleid over inzet van ervaringsdeskundigen in de zorg.
Eerste workshop was bij stichting de Binnenvest in Leiden. In deze workshop werkte ik samen met Erik Claus, ervaringsdeskundige bij Pakaan. De tweede workshop was voor regioconsulenten van Zorgbelang ZuidHolland samen met Astrid van Bruggen van Basisberaad.

  • Ervaringsdeskundigen zijn mensen die ervaring hebben als cliënt/ zorgvrager en de vaardigheden hebben hun ervaringen functioneel in te zetten.
  • Je kunt een onderscheid maken in verschillende lagen van ervaringen:
       1. ervaringen;
2. ervaringskennis;
3. ervaringsdeskundig;
4. ervaringswerker

  • Ervaringsdeskundigen hebben zelf een herstelproces doorgemaakt.

  • Herstellen is dan niet altijd genezen, maar herstellen van of het opnieuw vinden van maatschappelijke rollen.

  • Ervaringsdeskundigen kunnen vaak heel duidelijk aangeven welke stappen van belang zijn bij het herstellen van die rollen of het vinden van nieuwe maatschappelijke rollen. Je kunt niet verwachten dat zorgverleners die dimensie kunnen aanbrengen.

  • Zorgaanbieders zijn nodig om goede zorg mogelijk te maken. Ervaringsdeskundigen kunnen goed aangeven hoe de zorg, opvang en begeleiding er uit moet zien om herstel van de diverse maatschappelijke rollen voor cliënten mogelijk te maken. Ervaringsdeskundigen kunnen ook aangeven wat goed werkt in de zorg, wat knelpunten zijn en welke mogelijke oplossingen er voor die knelpunten kunnen zijn. Zorgaanbieders en ervaringsdeskundigen werken aanvullend ten opzichte van elkaar.


  • Ervaringsdeskundigen kunnen vanuit hun eigen ervaringsverhaal en uit dat van anderen de zorgvragers, zorgaanbieders en beleidsmakers helpen herstel bij anderen te bevorderen. Ook kunnen zij het perspectief van cliënten t.o.v. de zorg naar voren brengen. Hoe is het om zorg te krijgen, wat werkt er goed?


  • Van belang is dat ervaringsdeskundigen hun persoonlijk verhaal functioneel kunnen inzetten. Dat is niet eenvoudig.  Trainingen en cursussen kunnen daarin nuttig zijn, maar dat kan ook op andere manieren gerealiseerd worden. Denk aan intervisie en coaching.


  • Voor werkers binnen de zorg verandert er iets als je met ervaringsdeskundigen werkt: Je bent als werker niet meer primair sturend op de inhoud, maar biedt ruimte voor het perspectief van cliënten en bent meer volgend (sturend van achter) op het herstel proces. Werkers en clienten gaan meer samenwerken.

maandag 26 december 2011

Succes in 2012

De tijd van het jaar om elkaar het veel geluk en succes te wensen. Als we maar genoeg wensen komt er vast wel iets van uit. Zou het zo werken??
Wat wel werkt:
  • Meest gaan mensen flink hun best doen als ze een goed beeld hebben van van wat ze willen bereiken.
  • Meest gaan mensen nog meer hun best doen als ze dat beeld in positieve termen beschrijven.
  • Vaak heb je  stukjes van wat je wil bereiken al eens mee gemaakt
    • Misschien helpt de volgende video jou je beeld van 2012 wat scherper te krijgen
    • Misschien brengt het je op ideeën. Laat het even weten middels de mail, of 06 16467411


      Succes in 2012
      Gerrit van Bergeijk

      maandag 7 november 2011

      Cliëntgericht + op de zorgverlener gericht

      Binnen een cliëntenorganisatie was discussie over waar de organsiatie zich op moet richten. De éne werker richt zich hoofdzakelijk op de cliënten en hun ondersteuning. Bijv een cursus ervaringsdeskundigen geven voorlichting. 
      Een andere werker richt zich meer op zorgverleners en gemeenten om daar iets te veranderen voor de cliënten. De meer cliënt  gerichte medewerker  vindt soms dat de  ander  erg snel wil gaan. De medewerker die zich meer op de zorgveleners richt ervaart soms traagheid bij de ander. "We moeten wel scoren bij die organisaties, en gemeenten betalen ons, dus we moeten wel iets laten zien" 
      Een derde medewerker stelt voor dat het EN EN is. Dus niet het een of het hander, maar beide.
      Wat doe je dan? 
      In onderstaand diagram de mogelijkheden en wat je dan zou kunnen doen. 
      In het oranje vak richt je je meest op de cliënt en versterk je de
      positie. 
      In het blauwe vak richt je je meest op de organisaties en verken je de mogelijkheden. Netwerken. 
      In het groene vak probeer je beide te verbinden.Je kunt faciliteren, coachen etc.  
      In het rose vak ben je meer met jezelf en het team bezig, reflecteren.

      Het klinkt mij logisch in de oren dat je alle vlakken benut.
      Het liefst wil je altijd  het groen vlak benutten. Vaak is dat niet mogelijk, maar kun je in de ander vakken er wel naartoe werken. Vaak heb je daarbij anderen nodig. 
      Doelen die ogenschijnlijk elkaar een beetje tegen lijken te spreken of niet altijd gemakkelijk te combineren zijn, kun je in een diagram beter voor je zien.



      dinsdag 1 november 2011

      Analyseren of Haasje Over

      Analyse model SWOT
      In korte tijd heb ik twee bijeenkomsten meegemaakt waarbij veranderen centraal stond. Erg leerzaam om mee te maken wat er gebeurt.
      Bij de eerste bijeenkomst stond de Sterkte-Zwakte en Kansen- Bedreigingen (swot)  analyse centraal. Op gele briefjes werd iedereen verzocht 3 punten op te schrijven waar we als organisatie sterk in zijn. Daarna werd geïnventariseerd waar we zwak in zijn. Ook werden de kansen en bedreigingen geïnventariseerd. De begeleider analyseerde wat iedereen had ingebracht. De begeleider ordende de reacties. " Dit hoort bij dit, en dat lijkt op dat".  " Wat hier staat lijkt veel op wat daar staat, dat noemen we even ..........."
      De begeleider was erg druk met ordenen en herformuleren. Dat leverde discussie op, waarbij het vaak ging over wat iemand nou echt bedoelde. De begeleider probeerde dat in zijn eigen woorden samen te vatten.
      Veel aandacht ging uit naar de zwaktes en de bedreigingen. Er ontstond een lange lijst van waar we met zijn allen niet zo goed in zijn. Er ontstond een zware, sombere stemming waarin het moeilijk was een beeld te vormen hoe het beter zou kunnen gaan. De bijeenkomst duurde 4 uur en werd door veel deelnemers als noodzakelijk, maar erg zwaar ervaren. Sommigen deelnemers vonden dat ze de begeleider moesten helpen ipv andersom
      Hoe nuttig is het analyseren om positieve verandering na te streven?

      Oplossingsgericht Haasje Over 
      Een andere ervaring werd aanmerkelijk lichter en nuttiger ervaren.
      Een cliëntenorganisatie wacht een bezuiniging. Hierdoor zal anders gewerkt gaan worden met minder middelen. Doel van de bijeenkomst was om zicht te krijgen op mogelijkheden goed werk te blijven doen met minder middelen.
      Ik had een aantal vragen opgesteld en voor de bijeenkomst rondgemaild. De vragen waren:
      • Hoe ziet de nieuwe cliëntenorganisatie van 2014 er uit? Hoe kan de nieuwe cliëntenorganisatie dan van nut zijn voor de cliënt?
      • Welk nut zou de gemeente in 2014 kunnen ervaren bij de nieuwe cliëntenorganisatie van 2014?
      • Wat zouden we, ondanks de krimp die er aankomt, niet moeten veranderen of maar een klein beetje?
      • Wat zouden we in 2014 anders kunnen gaan doen dan nu?
      • Op welke ideeën brengt je dit? 
      Deelnemers hadden nagedacht over de vragen en sommigen hadden aantekeningen. De eerste reactie was opmerkelijk omdat de medewerker door de vragen meer was gaan nadenken over de hele organisatie ipv alleen de eigen werkplek. Er werd uitgebreid stil gestaan bij de wens van de organisatie om cliënten te betrekken bij het bereiken van de doelen. Uit deze discussie kwam naar voren dat het betrekken van cliënten in 2015 anders zal gaan en beter. "We zijn dan beter instaat om aan te sluiten bij wat cliënten kunnen en willen. Ook zijn we in 2015 beter in staat om op vragen van zorgverleners en gemeenten in te spelen. Dat doen we dan door beter te vragen wat hun ideeën zijn ipv ons aanbod te bespreken. We zullen dan op een andere manier gesprekken voeren. Het beter vragen wat de ander zou willen bereiken gaan we dan toepassen op 3 niveaus:
      • naar cliënten, 
      • naar gemeenten en zorgaanbieders en
      • naar collega's" .
      Om ondanks de bezuiniging optimistisch naar de toekomst te kijken, kostte geen enkele moeite omdat het beeld  veel energie gaf. Er borrelde diverse ideeën op.
      Aan het eind van de bijeenkomst werden korte afspraken gemaakt.  Afgesproken werd de volgende keer te kijken hoe het gelukt is beter aan te sluiten bij cliënten en zorgverleners. Enkele teamleden hebben daar  trainingen in gedaan en gaan deze kennis delen. Teamleden hebben het vertrouwen dat op die manier het werk kwalitatief  beter kan worden, ondanks dat er minder geld zal zijn.

      De laatste bijeenkomst leverde veel op en vraagt om vervolg.
      Haasje over, over het probleem heen  kijken . Dat geeft ideeën.