Posts tonen met het label welzijnswerk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label welzijnswerk. Alle posts tonen

dinsdag 27 januari 2015

Autonomie versterken in het welzijnswerk

Sociaal werkers krijgen steeds meer de rol om mensen te helpen zelf hun eigen problemen oplossen. Voor mensen die gebruik maken van het welzijnswerk kan dat een flinke verandering zijn. Soms zijn mensen bijvoorbeeld gewend dat een sociaal werker initiatief nam en ging bellen naar instanties, formulieren invulde en het van mensen het op andere manieren over nam. Als werker is het nuttig je nieuwe werkwijze in een paar zinnen uitleggen. Hoe introduceer je je werkwijze op een vriendelijke manier?
 

Een paar tips:
•    Vragend in plaats van stellend:
“We werken tegenwoordig op een andere manier dan vroeger. Ik kan me voorstellen dat dat voor u nieuw is. Weet u daar al wat van? ...Zal ik iets vertellen over de nieuwe aanpak?

 
•    Positief geformuleerd en in begrijpelijke taal:
“We willen nog steeds dat uw probleem opgelost  en liefst voorkomen kan worden. Om die reden stellen we nu meer vragen en vragen we ook wat u zelf kunt doen of al gedaan hebt. We willen dat mensen steeds meer hun eigen problemen leren oplossen. Begrijpt ongeveer wat er is veranderd? ” 

 
•    Vriendelijk en vasthoudend
“Het is begrijpelijk dat u het liever anders zou zien. We willen echter nog steeds dat u problemen opgelost en liefst voorkomen worden. We willen mensen helpen hun eigen situatie te verbeteren. Zullen we starten?”

Basisbehoefte Autonomie
Over het algemeen willen mensen hun eigen keuzes maken en dat realiseren wat ze zelf belangrijk vinden. Autonomie is een basisbehoefte van mensen. Iedereen heeft daar op de één of andere manier behoefte aan.  Om mensen te helpen hun eigen situatie te verbeteren doen we een beroep op wat mensen zelf kunnen en eventueel kunnen leren. Vanaf het eerste contact  probeert  de professional de autonomie van de cliënt te versterken.

Een goede sociaal werker zal niet zomaar zeggen dat een cliënt het zelf moet doen. Hij zal proberen iets teweeg te brengen zodat de cliënt meer vertrouwen krijgt het probleem zelf aan te gaan pakken, of in ieder geval er zelf meer zicht op krijgt. De sociaal werker probeert het probleem binnen de cliënt zijn invloed te brengen. Dat zijn autonomie versterkende interventies. Dat begint al als je jezelf voorstelt.


 Wat autonomie versterkt:
•    Vragen wat de ander belangrijk vindt?
•    Je in leven in het perspectief van de ander
•    Aan sluiten bij de taal van de ander
•    Begrijpelijke informatie geven over je werkwijze en
•    Benadrukken van keuze vrijheid
•    Gelijkwaardig communiceren
•    Vriendelijk herhalen als dat nodig is

Wat autonomie beperkt:
•    Autoritaire toon, blik en werkwijze
•    Benadrukken van afhankelijkheid
•    Toeval benadrukken
•    Stellend ipv vragend communiceren
•    Bureaucratische procedures
•    Verplichtingen zonder toelichting
•    Autoritaire aansturing en organisatie


Vragen:
•    Welke onderdelen in je eigen werk zijn autonomie versterkend?
     Hoe kun je daar meer van gaan doen?
•    Welke onderdelen in je werk zijn autonomie beperkend?
     Hoe kun je dat verminderen?

donderdag 10 oktober 2013

Zoek de verschillen in de taal van de gespreksvoerder


Vaak zijn gespreksvoerders in de zorg en welzijn er heel goed in om mensen goede ideeën aan te dragen. Begrijpelijk. Je wilt het beste voor degene die jou om hulp of advies vraagt. Je wilt meedenken, actief zijn. Je wilt echt helpen. Want je hebt het beste met de ander voor.
 Wat werkt het best?
In deze situatie komt een professional er achter dat de vrijwilliger af en toe te laat komt en soms wat te vroeg naar huis gaat. Dit levert regelmatig wat problemen op.
Een voorbeeldgesprek:
G= gespreksvoerder
B= bezoeker bij een welzijnsorganisatie (een vrijwilliger)

Gesprek 1:
G: Ik zou eigenlijk iets met je willen bepraten. Heb je even tijd
B: Natuurlijk maak ik even tijd. Kan ook makkelijk, de koffie loopt en de groep heeft pas over 20 minuten pauze.
G: Mooi, dan hebben we even. Ik vind het best lastig, maar het is me opgevallen dat je de laatste tijd een aantal keren aan de late kant was. Vorige week hoorde ik dat er een groep geen koffie kon drinken omdat jij er nog niet was. De week daarvoor was de afwas niet gedaan omdat je al eerder weg moest. Is er iets aan de hand?
B: Nou het gebeurt niet zo vaak hoor, maar inderdaad. Ik had het even moeten zeggen. Soms haal ik het niet om hier om half 10 te zijn. Maar weet je ik heb wat meer zorgen voor mijn vrouw en mijn jongste zoon. Dan moet er ’s morgens nog zoveel gebeuren. Ik moet er wat beter op letten. Het kan wel, maar ik moet wel heel erg haasten.
G: Kun je dan niet even bellen als het niet lukt?
B: Ja dat zeg ik, ik moet dan eigenlijk even bellen, maar ik denk dan dat ik het nog wel haal.
G: Nou dat is dus niet zo blijkt wel. Maar zou het wat zijn als ik vraag of Ahmed jouw dienst kan over nemen, die is altijd heel erg op tijd. Of misschien beter nog misschien kun jij dan de avond op donderdag doen. Dan zitten we eigenlijk nog steeds omhoog. Laten we dat doen?
B: Nou eh daar moet ik eens over denken, op donderdag heb ik eigenlijk ….maar ja ..
G: Ja het is om je te helpen hoor, als het je niet lukt om ‘s ochtends hier voor half 10 te zijn. Ik merk dat dat vaak moeilijk is. Je zegt dat je dan thuis veel te doen hebt. Ik kan natuurlijk ook vragen of Ahmed van 9 tot 10 hier komt, ik denk dat hij daar wel tijd voor heeft. Hij zei me pas dat hij altijd vroeg opstaat. Hij verveelt zich en jij hebt het heel druk. Dat zie ik wel hoor!  Ik denk dat ik dat eens aan hem moet vragen. Dan ben jij mooi uit de brand.
B: Ja dat klopt Ahmed verveelt zich vaak thuis. Maar hij hoeft mijn dienst niet over te nemen, ik kan wel beter op tijd komen….. 
G: Anders regel ik dat je gebeld wordt… wat denk je daar van. Is dat geen goed idee. Ahmed wil jou vast bellen om 9 uur dan kun je het niet vergeten. Zal ik hem jouw 06 doorgeven..
B: Maar ik vergeet het niet hoor, ik heb het alleen erg druk in de ochtend, Janos moet naar school, die is heel druk, mijn vrouw is niet in orde. Het kost me gewoon wat meer tijd.
G: Ja je vertelde al zoiets, maar hoe lossen we het nou op. Ik wil wel een oplossing!  Ik denk met je mee. Kunnen we niet ….Misschien moeten we….. Als we nou eens….

Gesprek 2
G: Ik zou eigenlijk iets met je willen bepraten. Heb je even tijd
B: Natuurlijk maak ik even tijd. Kan ook makkelijk, de koffie loopt en de groep heeft pas over 20 minuten pauze.
G: Mooi, dan hebben we even. Je werkt hier al een hele tijd. Waar we altijd zo tevreden over zijn is dat jij altijd oren hebt als er iemand ergens mee zit. Mensen vinden het altijd prettig als jij even tijd maakt als ze en praatje willen maken. Ook nu merk ik dat, dat is echt prettig voor de bezoekers
B: Ja daarom vind ik dat werken in de inloop ook zo leuk.
B: Ja dat weet ik, dat stellen we ook erg op prijs. Maar Ik vind het best lastig, het is me opgevallen dat je de laatste tijd een aantal keren aan de late kant was. Vorige week hoorde ik dat er een groep geen koffie kon drinken omdat jij er nog niet was. De week daarvoor was de afwas niet gedaan omdat je al eerder weg moest. Is er iets aan de hand?
G: Nou het gebeurt niet zo vaak hoor, maar inderdaad. Ik had het even moeten zeggen. Maar weet je ik heb wat meer zorgen voor mijn vrouw en mijn jongste zoon. Soms haal ik het niet om hier om half 10 te zijn. Dan moet er nog zoveel gebeuren. Ik moet er wat beter op letten. Het kan wel, maar ik moet heel erg haasten.
B: OK meer zorgen voor je vrouw en je zoon. Wil je er wat meer over vertellen?
G: Nou niet speciaal………, maar …   eh    ……. kijk mijn vrouw heeft vermoeidheidsklachten. Een soort van overspannen lijkt het wel. Dat wisselt. Ze heeft dat al heel lang. Onze jongste, Jonas, is nogal druk. Adhd denk ik. Hij moet naar school worden gebracht. Ik ren me rot ’s morgens. Meest lukt het wel. Maar vorige week een paar keer niet.
B: Ja je hebt er wel eens over verteld dat je vrouw niet zoveel energie heeft. En nu je zoon zo druk. Maar je zegt dat het je meest wel lukt om toch op tijd te zijn. Hoe krijg je het dan voor elkaar?
G: Nou dat vraag ik me soms ook af, hoe krijg ik het voor elkaar om op tijd te zijn. Ik ren me rot ’s morgens.
B: Het lukt je op die keren toch, ook al ren je je rot. Wat is er op de keren dat het je wel lukt anders dan op de keren dat het niet lukt.
G: Moeilijke vraag zeg. Eens even nadenken. Kijk het begint eigenlijk al de avond van te voren. Als Janos’zijn spullen allemaal keurig klaar liggen, als ik de tafel al gedekt heb en nog zo wat dingen klaar heb staan. Kijk dat hoeft dan niet mee op die drukke ochtend.
B: OK goh hoe gaat dat dan? ,
G: Ja het gaat eigenlijk zo. Komt dat joch uit bed en hij pakt zijn game. Dan doet hij helemaal niks meer weetje. Dan krijg je hem niet aan het ontbijt, hij pak zijn tas niet. Dat is een gevecht man. Zit maar te gamen. Eigenlijk ben ik soms blij dat hij zijn game pakt, is hij rustig. Maar dan moet ik hem later achter zijn broek zitten. Dat wordt ruzie en stress.
G: En wat is er nou anders als alles klaar staat, de tafel en zijn spullen?
B: Logisch denk ik, dan kan hij eten en daarna nog even gamen. Een kwartiertje denk ik. Als ik er dan maar op toe zie dat hij eerst eet.
G:  Ok Begrijp ik goed dat het jou beter lukt om op tijd te komen als je de avond voor dat je gaat werken al een paar voorbereidingen treft?
B: Nou ja eigenlijk wel.
G: Waar denk je dan zo aan?
B: Ik zal dat eens wat vaker proberen zelf de tafel al te dekken. En Janos er aan herinneren dat hij zijn spullen al klaar heeft staan, dan mag hij na het ontbijt 10 minuten gamen. Dat wordt dan toch wel een kwartiertje. Meer op letten gewoon.
G: Prima, lijkt me een goed plan. Kan ik jou daar nog bij helpen op de een of andere manier?
B: Lijkt me niet nodig ?
G: Ok prima 
B: Laten we het maar een paar weken proberen. Ik kom er zelf nog wel op terug bij je. En als het een keer onverhoopt niet lukt, zal ik zeker bellen!


  • Wat doet de gespreksvoerder allemaal anders in gesprek 2? 

  • Wat zijn de belangrijkste verschillen?



woensdag 17 juli 2013

Keukentafelgesprek door de ogen van GGz clienten

Tijdens  een groepsgesprek met clienten uit de GGz ging het over het Keukentafelgesprek: 
Wat vinden clienten belangrijk? In het blauw opgetekende reacties.

Als je zorg, ondersteuning of begeleiding aanvraagt, krijg je een gesprek waarin bekeken wordt wat je nodig hebt. Denk aan hulp in de huishouding, problemen op het gebied vanmobiliteit etc. WMO ondersteuning.
Dat gaat volgens de verantwoordelijkheid ladder zoals ze dat noemen in De Kanteling:

  1. eerst wordt gekeken wat je zelf kunt doen aan het probleem  (Eigen Kracht)
  1. daarna wordt gekeken wat je familie, vrienden buren (mantelzorgers) voor je kunnen doen. (sociaal netwerk) 
  1. vervolgens wordt met je bekeken of er algemene voorzieningen zijn waar je gebruik van kunt maken. Bijv. tafeltje dekje, vrijwilligers poule, welzijnswerk, etc. (Collectieve voorzieningen) 
  1. In laatste instantie wordt gekeken of je voorziening special voor jou nodig hebt. Bijv. een scootmobiel, een huishoudelijke hulp, (individuele voorziening 

Vragen die werden besproken? 

1      Wat spreekt je aan in deze manier van aanpak? 

Ø  Goede zaak dat er gekeken wordt wat je zelf wel kunt. Vaak letten hulpverleners alleen op wat niet goed gaat. Door te vragen wat je wel kunt voel je je sterker.

Ø  Als je op het ene terrein problemen hebt en ondersteuning nodig hebt, kan het goed zijn dat je op andere terreinen genoeg eigen kracht hebt. Goed als daar naar gevraagd wordt.

Ø  Als het goed wordt toegepast krijg je alleen de zorg die je nodig hebt.



2      Hoe zou zo’n gesprek wat jouw betreft dienen te gaan? Waar moet men goed rekening mee houden? 

Ø  Ze moeten eerst vragen wat er al gebeurt door mantelzorgers en vrijwilligers. Vaak hoor je dat de consulent zegt dat bepaalde dingen door mantelzorgers gedaan moet gaan worden en niet meer door de gemeente. Ze hebben geen idee wat mantelzorgers al doen of gedaan hebben.

Ø  Het lijkt er op dat de gemeente veel wil overhevelen naar de het netwerk. Hier zit wel een gevaar aan. Bij mensen met ingewikkelde problemen en kwetsbaarheid is vaak niet zoveel netwerk meer over. Als je familie dan nog meer laat doen dan ze al doen haken ze ook af. Gevolg: nog meer crisis opnamen.

Ø  Familie heeft al zoveel opgevangen, de rek raakt er uit.

Ø  Om een beroep te doen op je familie of partner om jou te ondersteunen verandert je rol tot diegene. Soms wil je dat niet. Je wilt een evenwichtige relatie met je dierbaren, iets wederkerigs. Als je zorg of ondersteuning nodig hebt kun je niets terug doen. Dat voelt heel afhankelijk. Je behoudt goede relaties met familie door niet in alles afhankelijk te zijn van ze. Je kunt dan beter afhankelijk zijn van een hulpverlener die zich professioneel opstelt en een grens bewaakt.

Ø  Het belangrijkste is dat de gespreksvoerder belangstelling je toont en zich als mens opstelt. 

Ø  Soms zijn er hele goede redenen dat familie geen hulp geeft. Er kunnen nare dingen gebeurd zijn wat maakt dat veel contact ongewenst is. Daar moeten ze wel rekening mee houden. Zouden ze dat doen? 



3      Hoe kijk je tegen de inzet van vrijwilligers aan op deze manier? 

Ø  Vrijwilligers kunnen heel veel toevoegen aan de professionele zorg en de zorg van familie en vrienden. Vaak andere rollen.

Ø  Het hangt er wel vanaf wat de taak en de rol van vrijwilligers is. Je kunt niet verlangen dat een vrijwilliger verstand van zaken heeft. Vrijwilligers kunnen bepaalde zaken niet signaleren. Bijv. bij verzorging of begeleiding. De preventie gaat dan achteruit. Er lijkt iets bezuinigd te worden, maar het kan veel duurder uitpakken. Vooral voor mensen met psychische problemen dreigen dan extra crisis situaties.

Ø  Het is heel vervelend geholpen te worden door iemand die dat eigenlijk niet wil, maar moet doen omdat anders zijn uitkering gestopt zou worden. Eigenlijk heel stigmatiserend. Het lijkt wel of het werk is wat iedereen zomaar kan, of het niet veel voorstelt.

Ø  Als werkelozen vrijwilligerswerk doen zou de sollicitatieplicht afgeschaft kunnen worden. Dan doen ze het meer als echt werk.



                         

4      Hoe, denk jij, zou zo’n aanpak het best kunnen werken?

Ø  Dat er een keukentafelgesprek komt waarin gekeken wordt wat je zelf kunt is prima, maar bij psychische problemen is de eigen kracht erg wisselend. Wat je vandaag kunt kun je soms een halve dag later niet. Daar moet men wel rekening me houden.

Ø  Mensen die zich groter houden dan ze zijn komen in de problemen. Het lijkt dan goed te gaan, maar problemen stapelen zich op en extra crisis situaties dreigen. Dat bespaart niets.

Ø  Mensen die deze gesprekken voeren raken denk ik wat immuun voor het echte verhaal van iemand. Ze horen alleen het verhaal zonder echt de mensen te leren kennen.  Ik ben bang dat ze dan alles toch weer op dezelfde manier gaan doen. 

Ø  Het wordt heel moeilijk te controleren of een gesprek goed gegaan is. Hoe zit het met de klachtenprocedure?

Ø  Het zou het beste werken als de gesprekvoerders niet een bepaald bezuinigingsdoel zouden hebben Nu denken we soms dat er een dubbele agenda is. Bezuinigen onder het mom van een nieuwe aanpak.

Ø  Dit gaat het best werken als de regie meer bij de cliënt komt te liggen dan nu. Bijvoorbeeld door het persoonsgebonden budget te gebruiken.

Ø  Echt kijken naar wat mensen zelf kunnen: Als je nu een scoot mobiel krijgt van de gemeente en je krijgt een kapotte band mag je die nog niet eens zelf maken. Dat doet een organisatie, moet je op wachten. Dat kan ik makkelijk zelf.

Hoe denk jij over deze zaken?

Wat leer je van deze clienten? 






zaterdag 13 juli 2013

Gespreksvoering binnen de WMO


Oplossingsgericht op pad

Gespreksvoering aan de Keukentafel: 
Bij oplossingsgericht werken, (of vraag gestuurd werken)  gaat de gespreksvoerder  totaal anders te werk dan bij aanbod gestuurd werken. Vroeger keek de gemeente welk aanbod van de gemeente van toepassing was voor degene die hulp aanvroeg. Men werkte vanuit de Wet Voorzieningen Gehandicapten (WVG).  De voorzieningen stonden vast en de burger moest zich daar naar voegen. Gespreksvoerders stuurden als het waren naar het vaststaande  beperkte aanbod toe.
Nu hoort dat andersom te gaan.  Als iemand een probleem ervaart gaan we met diegene in gesprek. We vragen hoe de burger het probleem ervaart, wat voor mogelijkheden de burger zelf heeft en wat voor mogelijkheden er elders zijn. We praten  ook over meerdere  levensgebieden. Vaak hangt het ene met het ander samen. We beginnen bij welke vraag de burger heeft.  We sturen van daaruit naar een oplossing toe. Dat kan vanalles zijn. Het begint bij een oplossingsgericht gesprek met de burger die ergens ondersteuning bij nodig heeft. Hoe is zo´n gesprek eigenlijk? 

Het gesprek
 Een consulent zegt: “Het is heel afwisselend. Je weet nooit hoe een gesprek loopt. Je weet van te voren  nooit wat de vraag precies is. Hoe iemand een probleem ervaart, mensen zijn allemaal anders.  Als iemand bijv. huishoudelijke hulp vraagt kan er van alles achter schuil gaan. Daar krijg je pas een beeld van als je bij mensen thuis komt en in gesprek gaat. Het is zo belangrijk dat je op huis bezoek gaat. Zo´n gesprek is heel anders dan vroeger. Je begint al op een andere manier”.  
Hoe je zo´n vraag gestuurd gesprek begint werd me duidelijk tijdens een huisbezoek?

Burger: “ Goede middag komt  u binnen, ik zag jullie al aankomen”                                       Consulent:. “ Goede middag, ja ik zag u al voor het raam staan, ik hoefde niet eens aan te bellen. Zeg wat woont u hier prachtig zeg,  een plaatje gewoon. Woont u hier al lang? 

B: “Ja ik woon hier mijn leven lang, het was de dienstwoning van mijn vader. Die was vroeger bij de politie. Sinds mijn ouders zijn overleden woon ik hier alleen. Ja het is mooi plekje, dat zegt iedereen. Echt rustig. Een goede buurt, ik ken hier iedereen”.                                                
C: “ Sinds het overlijden van uw ouders woont u hier alleen. Waar zullen we gaan zitten? 
B: “O maakt niet uit”
C: “ Zullen we dan daar gaan zitten waar u het prettigst zit”?
B: “Ja dat is goed, ik zit altijd hier, misschien kunt u dan op de bank zitten, of wilt u liever aan de tafel?”
C: “ Nee hoor het is prima,  ik ga op de bank zitten, allemaal goed.  Ik pak er even mijn mapje bij, zo kan ik prima iets opschrijven meteen. Er is een vraag gekomen bij de gemeente . Vertelt u eens….?
B: “ …....”

Als consulent ben je te gast bij de gene die hulp vraagt. Het is heel belangrijk dat je je ook zo opstelt. Het begint met dat de burger zich op zijn gemak voelt. Je sluit aan bij wat de ander prettig vindt.  Daardoor wordt het gemakkelijker om zijn of haar vraag te bespreken.  In het stukje dialoog kreeg de consulent op een  ontspannen manier al veel informatie die bruikbaar is. Er ontstond een ontspannen sfeer waardoor het gesprek snel op gang kwam. Als je je als consulent heel formeel opstelt lukt dat niet. Als zo´n gesprek in een vreemd loket plaats vindt, sluit je lang niet zo gemakkelijk aan bij de ander. Eén van de  belangrijkste verschillen met vroeger is dat je als consulent aansluit bij de burger. Vroeger moest de burger zich voegen naar de werkwijze en protocollen van de gemeente, nu is het andersom. De consulent voegt zich naar de situatie van de burger. Dat werkt het beste.   

Aansluiten bij de ander
Daar zijn verschillende manieren voor:
  • De ander bepaalt waar het gesprek plaats vindt. Wat de ander prettig vindt  is bepalend. De gespreksvoerder is te gast en gedraagt zich ook zo.
  • Je gebruikt de woorden van de burger. Als je als gespreksvoerder iets samenvat gebruik je zoveel mogelijk de woorden van de ander. Dat heet taalmatching.
  • Je gebruikt geen jargon of gemeente taal, dat sluit niet aan. Bijvoorbeeld het woord “voorliggende voorziening” zegt een burger niets. 
  • Vragen naar het nut van het gesprek voor de ander. Een oplossingsgericht gesprek dient het doel van de ander. “U hebt een aanvraag in gediend, wat zouden we daar wat u betreft over moeten bespreken?” of: “Wat zou u met dit gesprek willen bereiken?”  Dit noemen we in het  oplossingsgerichte werken  nuttigheidsvragen.
  • De ander  bepaalt het tempo van het gesprek.  Soms lijkt een gesprek heel traag te gaan. Vanuit de burger gezien is dat tempo  echter helemaal niet zo traag. 
Aansluiten bij de ander is het begin van de Kanteling.

  • Hoe werkt het bij jullie in de praktijk?