Tijdens een training bij www.wmogesprekstraining.nl werd geoefend met complimenteren :
Cursist vertelt over een ervaring waarbij ze lang heeft moeten wachten en veel geduld moest hebben. Instanties werkten tegen. Ze is rustig gebleven wat veel moeite kosten. Door uiteindelijk in actie te komen op het goede moment in combinatie met geduld heeft ze goed resultaat geboekt. Maar het viel niet mee.
Vier toehoorders gaven haar complimenten
Complimenten zoals:
1 Jij bent geduldig zeg goh!
2 Toppie zeg! Dat je meteen in actie kwam toen het uiteindelijk zover was. Na zo lang te moeten afwachten!
3 Indruk wekkend! Hoe heb jij je geduld zo goed kunnen bewaren?
4 Het lijkt er op dat je veel geduld moest opbrengen alvorens je iets kon doen. Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?
De cursist laat alle complimenten op zich inwerken.
Ze concludeert dat ze complimenten 1 en 2 heel prettig vond om te horen. Het bevestigde haar en gaven een goed gevoel.
De complimenten 3 en 4 zette haar erg aan het denken. Wat heeft mij toen goed geholpen? Hoe zat dat ook alweer?
Vooral de combinatie van de complimenten vond ze erg motiverend:
Eerst bevestigend en een goed gevoel, gevolgd door na te gaan denken. Werkte goed.
Het eerste compliment is gericht op de persoon.
Het tweede is gericht op wat ze deed: het proces.
De derde en vierde zijn complimenteuze vragen. Die blijken erg effectief.
Posts tonen met het label oplossings gerichte gespreksvoering. Alle posts tonen
Posts tonen met het label oplossings gerichte gespreksvoering. Alle posts tonen
vrijdag 18 oktober 2013
woensdag 16 oktober 2013
Wanneer geef je de klant het meest de regie?
Uitspraak van een cliënt in een gesprek:
" Ik kan er helemaal niet meer tegen dat ik zoveel met doen voor mijn moeder met Alzheimer. Ik moet vaak met haar naar het ziekenhuis, boodschappen doen, eigenlijk moet ik ook voor haar denken. Vreselijk..... Soms wil ik het bijltje er bij neer gooien, nooit meer terug komen. Maar.... dat doe ik niet" .
Mogelijke reacties van de gespreksvoerder:
1. Je wilt het bijltje er bij neergooien, begrijpelijk, maar dat doe je niet. Hoe kun je in deze situatie toch goed voor je moeder blijven zorgen?
2. Het valt niet mee om te zorgen voor je moeder met alzheimer. Je wilt het bijltje er bij neer gooi-en. Goh wat zwaar voor je!
3. Je wilt het bijltje er bij neer gooien, nooit meer terug komen, maar dat heb je niet gedaan. Waar ik benieuwd naar ben.... Mag ik vragen wat doet je besluiten om toch door te gaan?
4. Zijn er de laatste tijd ook momenten geweest die minder zwaar waren?
Bij welke reactie leg je het meest de regie bij de cliënt?
1. Sluit goed aan, erkent de situatie. Toekomst gericht en positief. De cliënt zal waarschijnlijk toch druk ervaren. De gespreksvoerder suggereert dat de cliënt ook nu goed moet blijven zorgen. Het is dus meer leiden van voren. Er zit een norm in verstopt. Misschien is de vraag te vroeg gesteld. De cliënt zal nu reageren: Goh dat weet ik niet. Moeilijk. De gespreksvoerder zal dan eerder gaan adviseren waar de cliënt niet mee geholpen is.
2. Reactie is erkennend en begripvol. Prima begin. De cliënt zal echter door deze reactie aange-moedigd worden nog meer te vertellen wat er zo zwaar is. De reactie leidt dus eerder tot uit-dieping van het probleem ipv uitzicht krijgen op beter.
3. De reactie is erkennend en begripvol tav het probleem van de cliënt. De gespreksvoerder nodigt de cliënt uit te gaan onderzoeken welke autonome keuze hij heeft gemaakt. Hierdoor legt de gespreksvoerder de regie bij de cliënt met erkenning en waardering voor diens keuze. De cliënt zal gaan onderzoeken wat voor hem het doorgaan de moeite waard maakt. Hierna kan worden onderzocht of, en in hoeverre hij daar bij ondersteuning nodig heeft.
4. Deze reactie is positief, zoekend naar uitzonderingen. De cliënt zal zich echter niet erkend voe-len. Tussen de regels door voelt de cliënt zich toch in en bepaalde richting gedrongen.
Wat ons betreft is reactie 3 het meest “Leiden van achter” en legt dus het meest de regie bij de cli-ent.
De verschillen zijn subtiel. In alle reacties zitten oplossingsgerichte technieken. Het is de kunst de technieken zo te gebruiken dat de cliënt
Het vergt veel oefening in taal om de nuance van de verschillen te gebruiken. Nuttig hierbij:
Progressie door zelfcoaching bldz. 134)
" Ik kan er helemaal niet meer tegen dat ik zoveel met doen voor mijn moeder met Alzheimer. Ik moet vaak met haar naar het ziekenhuis, boodschappen doen, eigenlijk moet ik ook voor haar denken. Vreselijk..... Soms wil ik het bijltje er bij neer gooien, nooit meer terug komen. Maar.... dat doe ik niet" .
Mogelijke reacties van de gespreksvoerder:
1. Je wilt het bijltje er bij neergooien, begrijpelijk, maar dat doe je niet. Hoe kun je in deze situatie toch goed voor je moeder blijven zorgen?
2. Het valt niet mee om te zorgen voor je moeder met alzheimer. Je wilt het bijltje er bij neer gooi-en. Goh wat zwaar voor je!
3. Je wilt het bijltje er bij neer gooien, nooit meer terug komen, maar dat heb je niet gedaan. Waar ik benieuwd naar ben.... Mag ik vragen wat doet je besluiten om toch door te gaan?
4. Zijn er de laatste tijd ook momenten geweest die minder zwaar waren?
Bij welke reactie leg je het meest de regie bij de cliënt?
1. Sluit goed aan, erkent de situatie. Toekomst gericht en positief. De cliënt zal waarschijnlijk toch druk ervaren. De gespreksvoerder suggereert dat de cliënt ook nu goed moet blijven zorgen. Het is dus meer leiden van voren. Er zit een norm in verstopt. Misschien is de vraag te vroeg gesteld. De cliënt zal nu reageren: Goh dat weet ik niet. Moeilijk. De gespreksvoerder zal dan eerder gaan adviseren waar de cliënt niet mee geholpen is.
2. Reactie is erkennend en begripvol. Prima begin. De cliënt zal echter door deze reactie aange-moedigd worden nog meer te vertellen wat er zo zwaar is. De reactie leidt dus eerder tot uit-dieping van het probleem ipv uitzicht krijgen op beter.
3. De reactie is erkennend en begripvol tav het probleem van de cliënt. De gespreksvoerder nodigt de cliënt uit te gaan onderzoeken welke autonome keuze hij heeft gemaakt. Hierdoor legt de gespreksvoerder de regie bij de cliënt met erkenning en waardering voor diens keuze. De cliënt zal gaan onderzoeken wat voor hem het doorgaan de moeite waard maakt. Hierna kan worden onderzocht of, en in hoeverre hij daar bij ondersteuning nodig heeft.
4. Deze reactie is positief, zoekend naar uitzonderingen. De cliënt zal zich echter niet erkend voe-len. Tussen de regels door voelt de cliënt zich toch in en bepaalde richting gedrongen.
Wat ons betreft is reactie 3 het meest “Leiden van achter” en legt dus het meest de regie bij de cli-ent.
De verschillen zijn subtiel. In alle reacties zitten oplossingsgerichte technieken. Het is de kunst de technieken zo te gebruiken dat de cliënt
- Zich begrepen voelt
- Zijn zienswijze zonder oordeel erkend wordt
- Uitgenodigd wordt een verbetering te gaan onderzoeken
Het vergt veel oefening in taal om de nuance van de verschillen te gebruiken. Nuttig hierbij:
- Je verplaatsen in de cliënt.
- Effect verschillen van vragen onderzoeken.
- Goed werkende zinnetjes en vragen van buiten leren zodat je er niet lang over na hoeft te denken.
Progressie door zelfcoaching bldz. 134)
donderdag 10 oktober 2013
Zoek de verschillen in de taal van de gespreksvoerder
Vaak zijn gespreksvoerders in de zorg en welzijn er heel goed in om mensen goede ideeën aan te dragen. Begrijpelijk. Je wilt het beste voor degene die jou om hulp of advies vraagt. Je wilt meedenken, actief zijn. Je wilt echt helpen. Want je hebt het beste met de ander voor.
Wat werkt het best?
In deze situatie komt een professional er achter dat de
vrijwilliger af en toe te laat komt en soms wat te vroeg naar huis gaat. Dit
levert regelmatig wat problemen op.Een voorbeeldgesprek:
G= gespreksvoerder
B= bezoeker bij een welzijnsorganisatie (een vrijwilliger)
Gesprek 1:
G: Ik zou eigenlijk iets met je willen bepraten. Heb je even tijd
B: Natuurlijk maak ik even tijd. Kan ook makkelijk, de koffie loopt en de groep heeft pas over 20 minuten pauze.
G: Mooi, dan hebben we even. Ik vind het best lastig, maar het is me opgevallen dat je de laatste tijd een aantal keren aan de late kant was. Vorige week hoorde ik dat er een groep geen koffie kon drinken omdat jij er nog niet was. De week daarvoor was de afwas niet gedaan omdat je al eerder weg moest. Is er iets aan de hand?
B: Nou het gebeurt niet zo vaak hoor, maar inderdaad. Ik had het even moeten zeggen. Soms haal ik het niet om hier om half 10 te zijn. Maar weet je ik heb wat meer zorgen voor mijn vrouw en mijn jongste zoon. Dan moet er ’s morgens nog zoveel gebeuren. Ik moet er wat beter op letten. Het kan wel, maar ik moet wel heel erg haasten.
G: Kun je dan niet even bellen als het niet lukt?
B: Ja dat zeg ik, ik moet dan eigenlijk even bellen, maar ik denk dan dat ik het nog wel haal.
G: Nou dat is dus niet zo blijkt wel. Maar zou het wat zijn als ik vraag of Ahmed jouw dienst kan over nemen, die is altijd heel erg op tijd. Of misschien beter nog misschien kun jij dan de avond op donderdag doen. Dan zitten we eigenlijk nog steeds omhoog. Laten we dat doen?
B: Nou eh daar moet ik eens over denken, op donderdag heb ik eigenlijk ….maar ja ..
G: Ja het is om je te helpen hoor, als het je niet lukt om ‘s ochtends hier voor half 10 te zijn. Ik merk dat dat vaak moeilijk is. Je zegt dat je dan thuis veel te doen hebt. Ik kan natuurlijk ook vragen of Ahmed van 9 tot 10 hier komt, ik denk dat hij daar wel tijd voor heeft. Hij zei me pas dat hij altijd vroeg opstaat. Hij verveelt zich en jij hebt het heel druk. Dat zie ik wel hoor! Ik denk dat ik dat eens aan hem moet vragen. Dan ben jij mooi uit de brand.
B: Ja dat klopt Ahmed verveelt zich vaak thuis. Maar hij hoeft mijn dienst niet over te nemen, ik kan wel beter op tijd komen…..
G: Anders regel ik dat je gebeld wordt… wat denk je daar van. Is dat geen goed idee. Ahmed wil jou vast bellen om 9 uur dan kun je het niet vergeten. Zal ik hem jouw 06 doorgeven..
B: Maar ik vergeet het niet hoor, ik heb het alleen erg druk
in de ochtend, Janos moet naar school, die is heel druk, mijn vrouw is niet in
orde. Het kost me gewoon wat meer tijd.
G: Ja je vertelde al zoiets, maar hoe lossen we het nou op.
Ik wil wel een oplossing! Ik denk met je
mee. Kunnen we niet ….Misschien moeten we….. Als we nou eens….
Gesprek 2
G: Ik zou eigenlijk iets met je willen bepraten. Heb je even tijd
B: Natuurlijk maak ik even tijd. Kan ook makkelijk, de koffie loopt en de groep heeft pas over 20 minuten pauze.
G: Mooi, dan hebben we even. Je werkt hier al een hele tijd. Waar we altijd zo tevreden over zijn is dat jij altijd oren hebt als er iemand ergens mee zit. Mensen vinden het altijd prettig als jij even tijd maakt als ze en praatje willen maken. Ook nu merk ik dat, dat is echt prettig voor de bezoekers
B: Ja daarom vind ik dat werken in de inloop ook zo leuk.
B: Ja dat weet ik, dat stellen we ook erg op prijs. Maar Ik vind het best lastig, het is me opgevallen dat je de laatste tijd een aantal keren aan de late kant was. Vorige week hoorde ik dat er een groep geen koffie kon drinken omdat jij er nog niet was. De week daarvoor was de afwas niet gedaan omdat je al eerder weg moest. Is er iets aan de hand?
G: Nou het gebeurt niet zo vaak hoor, maar inderdaad. Ik had het even moeten zeggen. Maar weet je ik heb wat meer zorgen voor mijn vrouw en mijn jongste zoon. Soms haal ik het niet om hier om half 10 te zijn. Dan moet er nog zoveel gebeuren. Ik moet er wat beter op letten. Het kan wel, maar ik moet heel erg haasten.
B: OK meer zorgen voor je vrouw en je zoon. Wil je er wat meer over vertellen?
G: Nou niet speciaal………, maar … eh ……. kijk mijn vrouw heeft vermoeidheidsklachten. Een soort van overspannen lijkt het wel. Dat wisselt. Ze heeft dat al heel lang. Onze jongste, Jonas, is nogal druk. Adhd denk ik. Hij moet naar school worden gebracht. Ik ren me rot ’s morgens. Meest lukt het wel. Maar vorige week een paar keer niet.
B: Ja je hebt er wel eens over verteld dat je vrouw niet zoveel energie heeft. En nu je zoon zo druk. Maar je zegt dat het je meest wel lukt om toch op tijd te zijn. Hoe krijg je het dan voor elkaar?
G: Nou dat vraag ik me soms ook af, hoe krijg ik het voor elkaar om op tijd te zijn. Ik ren me rot ’s morgens.
B: Het lukt je op die keren toch, ook al ren je je rot. Wat is er op de keren dat het je wel lukt anders dan op de keren dat het niet lukt.
G: Moeilijke vraag zeg. Eens even nadenken. Kijk het begint eigenlijk al de avond van te voren. Als Janos’zijn spullen allemaal keurig klaar liggen, als ik de tafel al gedekt heb en nog zo wat dingen klaar heb staan. Kijk dat hoeft dan niet mee op die drukke ochtend.
B: OK goh hoe gaat dat dan? ,
G: Ja het gaat eigenlijk zo. Komt dat joch uit bed en hij pakt zijn game. Dan doet hij helemaal niks meer weetje. Dan krijg je hem niet aan het ontbijt, hij pak zijn tas niet. Dat is een gevecht man. Zit maar te gamen. Eigenlijk ben ik soms blij dat hij zijn game pakt, is hij rustig. Maar dan moet ik hem later achter zijn broek zitten. Dat wordt ruzie en stress.
G: En wat is er nou anders als alles klaar staat, de tafel en zijn spullen?
B: Logisch denk ik, dan kan hij eten en daarna nog even gamen. Een kwartiertje denk ik. Als ik er dan maar op toe zie dat hij eerst eet.
G: Ok Begrijp ik goed dat het jou beter lukt om op tijd te komen als je de avond voor dat je gaat werken al een paar voorbereidingen treft?
B: Nou ja eigenlijk wel.
G: Waar denk je dan zo aan?
B: Ik zal dat eens wat vaker proberen zelf de tafel al te dekken.
En Janos er aan herinneren dat hij zijn spullen al klaar heeft staan, dan mag hij na het ontbijt 10 minuten gamen. Dat wordt dan toch wel een kwartiertje. Meer op letten gewoon.
G: Prima, lijkt me een goed plan. Kan ik jou daar nog bij
helpen op de een of andere manier?
B: Lijkt me niet nodig ?
G: Ok prima
B: Laten we het maar een paar weken proberen. Ik kom er zelf
nog wel op terug bij je. En als het een keer onverhoopt niet lukt, zal ik zeker
bellen!
Wat doet de gespreksvoerder allemaal anders in gesprek 2?
Wat zijn de belangrijkste verschillen?
zaterdag 7 september 2013
WMO gespreksvoering: "de verborgen vraag"
( Dit artikel staat ook in het boekje "Vraagsturing in de praktijk"van de gemeente Huizen)
Huisbezoek heeft het doel om de vraag achter de vraag in beeld te
brengen. Burgers vinden het vaak moeilijk om hulp te vragen. Dikwijls weet men
niet zo goed waar aan te kloppen. Vaak vraagt iemand dan hulp op heel concrete
zaken als huishoudelijke verzorging of vervoer. Soms blijkt er echter al
pratend iets naar voren te komen wat eerder verborgen bleef. Een voorbeeld:
Een oudere
man van 80 plus vraagt om een taxipasje. Zijn vrouw kan nog prima auto rijden.
De man vraagt het echter aan voor situaties als zijn vrouw ziek zou zijn.
Liefst wil hij dan van deur tot deur vervoerd kunnen worden.
De
consulent legt uit dat in deze situatie er geen reden is om een taxi pas te
verlenen. Hierop reageert de man teleurgesteld dat het OV zo ingewikkeld is. Hij klaagt dat het in elke gemeente anders is
en dat hij toch wel recht heeft op een voorziening na zoveel jaren belasting te
hebben betaald.
Burger:“ We hebben nog nooit iets gevraagd. Het is
ook zo ingewikkeld. Met de belbus, het OV, de trein etc. Daar komen wij ouderen
niet meer uit. Als er iets aan de hand is dan zit je meteen vast”
De
consulent luistert geduldig en vraagt
nog even door:
C: “Wat zou er nog meer verbeteren voor u
met een taxi pasje, buiten het geval als uw vrouw ziek zou zijn?” (Misschien speelt er iets anders een rol)
B: “Nou ja in de situatie dat er iets met
mijn zoon zou zijn”
C: “Hoe belangrijk zou het pasje dan zijn?
Zou het dan handig zijn, zou het dan onmisbaar zijn?”
B: ” Nou ja onmisbaar is een groot woord,
Maar, het gaat momenteel niet zo goed met onze zoon.
Die woont in een
gezinsvervangend tehuis in een naburige stad. Hij is al vanaf zijn 20e
in een instelling en er is nu een ernstige ziekte bij hem geconstateerd.”
C: “Goh wat naar, kan me voor stellen u
daar over na denkt, vertel eens verder..?”
B: “Ja hij is aan het dokteren, al een
keer in Amsterdam een onderzoek gehad. Hij heeft nu uitvalsverschijnselen. Ze
zeggen dat het niet kwaadaardig is, maar je gaat dan nadenken.”
C: “Begrijpelijk en waar denkt u zo over
na naar aanleiding van deze situatie?
B: “Nou ja je bent bezorgd en denkt over
situaties dat je halsoverkop naar hem toe zou willen. We denken ook wel eens na
over hoe het zal gaan als er nog meer uitvalt bij hem. Kan hij daar dan wel
blijven wonen enzo, Zou hij niet beter dichter bij ons in de buurt kunnen
wonen. Dat soort dingen”
C: “Begrijp ik het goed dat het probleem
rond uw zoon ook belangrijk is om te bespreken?”
B: “Ja eigenlijk wel, er komt nu zoveel op
ons af”
C: “Begrijpelijk.. …Zullen we we het nu daar over hebben?
De
consulent kan nu gaan inventariseren of er ondersteuning nodig is rond situatie
van de zoon. Hierbij kunnen zorgpartners als maatschappelijk werk, MEE etc. in beeld komen.
Om de “verborgen vraag” in beeld te krijgen gaat de gesprekvoerder doorvragen.
We vragen door
naar de gewenste situatie en wat er dan zou verbeteren op allerlei terreinen:
Voorbeeld vragen:
- Hoe zou u willen dat de situatie zou zijn? Wat zou u willen verbeteren.
- Stel dat u die aanvraag wel zou krijgen wat zou er dan beter gaan?
- Wat zou er dan anders zijn in vergelijking met nu?
- Wat zou het belangrijkste zijn van die verbetering?
- Zijn er nog meer dingen die zouden verbeteren?
Vragen naar wat
er zou verbeteren levert vaak meer op dan vragen of er nog meer problemen zijn.
Logisch. Het analyseren van eventuele oplossingen levert meer op dan het analyseren van de
problemen. Vraag gestuurde gespreksvoering is dan ook oplossingsgericht.
Het
oplossingsgerichte model staat de gewenste
situatie centraal. De consulent vraagt uitgebreid naar hoe dat er uit
ziet, wat er dan verbetert en wat er zoal nog meer beter kan gaan.
Gesprekken worden vaak veel prettiger, zowel voor de klant als de gespreksvoerder. Levert ook meer op denk ik. Bij wmogesprekstraining.nl gaan we uitgebreid in op hoe je je dit kun eigen maken.
Hoe denken gespreksvoerders hier over?
donderdag 22 augustus 2013
Wat heb je nodig om vraaggestuurd te werken binnen de WMO
Wat heb je eigenlijk nodig om vraaggetuurdwerken?
consulent uit de gemeente Huizen:
“Vertrouwen, vertrouwen en vertrouwen!” Toen we hier een aantal jaren geleden begonnen werd door de directeur gezegd: “Jullie gaan op een nieuwe manier werken en jullie doen het nooit fout”. Daarmee werd bedoeld dat we veel verschillende situaties moeten inschatten en niemand weet precies hoe het moet. Het zal telkens anders zijn. We moeten het al doende met elkaar leren. Daar moeten we elkaar bij helpen en elkaars sterke kanten benutten. Dat geeft vertrouwen vanuit de gemeente. Dat heb je hard nodig. Burgers vragen soms enkel een voorziening en wij komen dan vraag gestuurd praten over van alles. Soms zien ze dat niet zo zitten. Het is voor burgers ook een hele verandering. De leidinggevende zegt dat je niet op je fouten wordt afgerekend, maar die kunt gebruiken om van te leren. Dat vertrouwen heb je nodig.
Je hebt ook vertrouwen nodig van je team. Binnen ieder team zijn verschillen. Een situatie zoals hierboven roept bij anderen toch vragen op. “Ga je niet te ver als consulent? “ “Als jij het zo aanpakt, moet ik dat dan ook doen, dat vind ik wel erg moeilijk?” “Is dit niet de taak van het maatschappelijk werk?” etc. Als consulent heb je eigenlijk geen kaders, geen duidelijke richtlijn, geen productenboek. Als team zoek je samen hoe je dit aanpakt.
Hoe ver ga je dan?….. “Zover als nodig”
Wie bepaalt dat dan?…… .”De klant”
Als team hebben we moeten leren dat we allemaal onze sterke kanten hebben. Die moeten we eerst herkennen en waarderen in elkaar. Dat is ook een proces. Je moet elkaar leren complimenten te maken. “Zo dat heb je goed aangepakt. Hoe is je dat gelukt?” Ook moet je leren een collega om advies te vragen. “Ik kom in zo´n vreemde situatie zeg… Hoe zou jij dat aanpakken?”
Vertrouwen in jezelf is net zo nodig. Je gaat vaak alleen op pad. Je moet leren om je successen te vieren. Niet ieder gesprek loopt even goed, dat hoort er ook bij. Het is prachtig om mensen te kunnen helpen, soms kun je echter niet zo heel veel doen. Je brengt de situatie in beeld, je inventariseert. Meer doe je niet, daarmee help je vaak al heel veel.
Om vraag gestuurd te werken met burgers, is het eigenlijk vanzelfsprekend dat je op dezelfde wijze met elkaar als team werkt. Binnen de hele organisatie hoort een cultuur te zijn van vraagsturing.
- “ Heel belangrijk wat ik heb moeten leren is op mijn handen te gaan zitten, niet meteen mijn oplossing aandragen”.
- “Als het je lukt je eigen oordeel over een situatie of een persoon ondergeschikt te maken, dan gaat een gesprek veel makkelijker”.
- “Ik laat me graag verrassen”
- “Het is best lastig om nee tegen mensen te zeggen, ik ben empatisch voel met mensen mee. Om dan te zeggen dat ze een voorziening niet krijgen is niet makkelijk”.
Vraag gestuurd werken lijkt erg veel op de basis houding die wordt gehanteerd bij het oplossingsgericht werken:
Erkennend, begripvol en welwillend
De ander ervaart erkenning voor zijn/haar situatie en voelt zich begrepen. Door een welwillende basis houding krijgt de ander een positieve kijk.
Geduldig, uitnodigend en waarderend
De ander ervaart dat de tijd voor hem/haar wordt genomen, wordt serieus genomen en voelt zich gesterkt.
Aanmoedigend, activerend en doelgericht
De ander is actief, en gaat oplossingen onderzoeken in de richting van de situatie die hij/zij zich wenst.
Door op alle niveaus in de organisatie deze basis houding te delen ontstaat de cultuur die mogelijk maakt gezamenlijk te groeien in de vraagsturing. Iedereen raakt vertrouwd met het principe dat de ander beschikt over eigen oplossingen en geholpen kan worden deze te vinden. Dat geldt zowel voor leidinggevenden, beleidsmedewerkers, gesprekvoerders en burgers. Als de eigen oplossing niet meteen aanwezig is, kan iemand het leren, of wordt in de directe omgeving gekeken wie kan bijspringen. Zo kan een team ontstaan waar leden elkaar aanvullen en functioneren op voet van gelijkwaardigheid. Er mogen fouten worden gemaakt omdat ieder er van kan leren. Werkwijze en organisatie is gelijkvormig aan de Kanteling. Veranderingen worden makkelijker als de manier waarop je het werkt organiseert en met elkaar samenwerkt, grote gelijkenis heeft met het doel wat je nastreeft. De Kanteling breng je in de praktijk door het zelf ook te doen.
Dit vergt een lerende omgeving waarin het normaal is dat je ergens nog niet zo goed in bent, maar door oefenen, reflectie en trainen wel goed in kunt worden. Dat vergt een andere manier van denken, een andere Mindset.
De Groeimindset!
consulent uit de gemeente Huizen:
“Vertrouwen, vertrouwen en vertrouwen!” Toen we hier een aantal jaren geleden begonnen werd door de directeur gezegd: “Jullie gaan op een nieuwe manier werken en jullie doen het nooit fout”. Daarmee werd bedoeld dat we veel verschillende situaties moeten inschatten en niemand weet precies hoe het moet. Het zal telkens anders zijn. We moeten het al doende met elkaar leren. Daar moeten we elkaar bij helpen en elkaars sterke kanten benutten. Dat geeft vertrouwen vanuit de gemeente. Dat heb je hard nodig. Burgers vragen soms enkel een voorziening en wij komen dan vraag gestuurd praten over van alles. Soms zien ze dat niet zo zitten. Het is voor burgers ook een hele verandering. De leidinggevende zegt dat je niet op je fouten wordt afgerekend, maar die kunt gebruiken om van te leren. Dat vertrouwen heb je nodig.
Je hebt ook vertrouwen nodig van je team. Binnen ieder team zijn verschillen. Een situatie zoals hierboven roept bij anderen toch vragen op. “Ga je niet te ver als consulent? “ “Als jij het zo aanpakt, moet ik dat dan ook doen, dat vind ik wel erg moeilijk?” “Is dit niet de taak van het maatschappelijk werk?” etc. Als consulent heb je eigenlijk geen kaders, geen duidelijke richtlijn, geen productenboek. Als team zoek je samen hoe je dit aanpakt.
Hoe ver ga je dan?….. “Zover als nodig”
Wie bepaalt dat dan?…… .”De klant”
Als team hebben we moeten leren dat we allemaal onze sterke kanten hebben. Die moeten we eerst herkennen en waarderen in elkaar. Dat is ook een proces. Je moet elkaar leren complimenten te maken. “Zo dat heb je goed aangepakt. Hoe is je dat gelukt?” Ook moet je leren een collega om advies te vragen. “Ik kom in zo´n vreemde situatie zeg… Hoe zou jij dat aanpakken?”
Vertrouwen in jezelf is net zo nodig. Je gaat vaak alleen op pad. Je moet leren om je successen te vieren. Niet ieder gesprek loopt even goed, dat hoort er ook bij. Het is prachtig om mensen te kunnen helpen, soms kun je echter niet zo heel veel doen. Je brengt de situatie in beeld, je inventariseert. Meer doe je niet, daarmee help je vaak al heel veel.
Om vraag gestuurd te werken met burgers, is het eigenlijk vanzelfsprekend dat je op dezelfde wijze met elkaar als team werkt. Binnen de hele organisatie hoort een cultuur te zijn van vraagsturing.
- “ Heel belangrijk wat ik heb moeten leren is op mijn handen te gaan zitten, niet meteen mijn oplossing aandragen”.
- “Als het je lukt je eigen oordeel over een situatie of een persoon ondergeschikt te maken, dan gaat een gesprek veel makkelijker”.
- “Ik laat me graag verrassen”
- “Het is best lastig om nee tegen mensen te zeggen, ik ben empatisch voel met mensen mee. Om dan te zeggen dat ze een voorziening niet krijgen is niet makkelijk”.
Vraag gestuurd werken lijkt erg veel op de basis houding die wordt gehanteerd bij het oplossingsgericht werken:
Erkennend, begripvol en welwillend
De ander ervaart erkenning voor zijn/haar situatie en voelt zich begrepen. Door een welwillende basis houding krijgt de ander een positieve kijk.
Geduldig, uitnodigend en waarderend
De ander ervaart dat de tijd voor hem/haar wordt genomen, wordt serieus genomen en voelt zich gesterkt.
Aanmoedigend, activerend en doelgericht
De ander is actief, en gaat oplossingen onderzoeken in de richting van de situatie die hij/zij zich wenst.
Door op alle niveaus in de organisatie deze basis houding te delen ontstaat de cultuur die mogelijk maakt gezamenlijk te groeien in de vraagsturing. Iedereen raakt vertrouwd met het principe dat de ander beschikt over eigen oplossingen en geholpen kan worden deze te vinden. Dat geldt zowel voor leidinggevenden, beleidsmedewerkers, gesprekvoerders en burgers. Als de eigen oplossing niet meteen aanwezig is, kan iemand het leren, of wordt in de directe omgeving gekeken wie kan bijspringen. Zo kan een team ontstaan waar leden elkaar aanvullen en functioneren op voet van gelijkwaardigheid. Er mogen fouten worden gemaakt omdat ieder er van kan leren. Werkwijze en organisatie is gelijkvormig aan de Kanteling. Veranderingen worden makkelijker als de manier waarop je het werkt organiseert en met elkaar samenwerkt, grote gelijkenis heeft met het doel wat je nastreeft. De Kanteling breng je in de praktijk door het zelf ook te doen.
Dit vergt een lerende omgeving waarin het normaal is dat je ergens nog niet zo goed in bent, maar door oefenen, reflectie en trainen wel goed in kunt worden. Dat vergt een andere manier van denken, een andere Mindset.
De Groeimindset!
woensdag 17 juli 2013
Keukentafelgesprek door de ogen van GGz clienten
Tijdens een groepsgesprek met clienten uit de GGz ging het over het Keukentafelgesprek:
Wat vinden clienten belangrijk? In het blauw opgetekende reacties.
Als je zorg, ondersteuning of begeleiding aanvraagt, krijg je een gesprek waarin bekeken wordt wat je nodig hebt. Denk aan hulp in de huishouding, problemen op het gebied vanmobiliteit etc. WMO ondersteuning.
Wat vinden clienten belangrijk? In het blauw opgetekende reacties.
Als je zorg, ondersteuning of begeleiding aanvraagt, krijg je een gesprek waarin bekeken wordt wat je nodig hebt. Denk aan hulp in de huishouding, problemen op het gebied vanmobiliteit etc. WMO ondersteuning.
Dat gaat volgens de verantwoordelijkheid ladder zoals ze dat
noemen in De Kanteling:
- eerst wordt gekeken wat je zelf kunt doen aan het probleem (Eigen Kracht)
- daarna wordt gekeken wat
je familie, vrienden buren (mantelzorgers) voor je kunnen doen. (sociaal netwerk)
- vervolgens wordt met je
bekeken of er algemene voorzieningen zijn waar je gebruik van kunt maken.
Bijv. tafeltje dekje, vrijwilligers poule, welzijnswerk, etc. (Collectieve voorzieningen)
- In laatste instantie wordt gekeken of je voorziening special voor jou nodig hebt. Bijv. een scootmobiel, een huishoudelijke hulp, (individuele voorziening
Vragen die werden besproken?
1 Wat spreekt je aan in deze manier van
aanpak?
Ø Goede
zaak dat er gekeken wordt wat je zelf wel kunt. Vaak letten hulpverleners
alleen op wat niet goed gaat. Door te vragen wat je wel kunt voel je je
sterker.
Ø Als
je op het ene terrein problemen hebt en ondersteuning nodig hebt, kan het goed
zijn dat je op andere terreinen genoeg eigen kracht hebt. Goed als daar naar
gevraagd wordt.
Ø Als
het goed wordt toegepast krijg je alleen de zorg die je nodig hebt.
2 Hoe zou zo’n gesprek wat jouw betreft
dienen te gaan? Waar moet men goed rekening mee houden?
Ø Ze
moeten eerst vragen wat er al gebeurt door mantelzorgers en vrijwilligers. Vaak
hoor je dat de consulent zegt dat bepaalde dingen door mantelzorgers gedaan
moet gaan worden en niet meer door de gemeente. Ze hebben geen idee wat
mantelzorgers al doen of gedaan hebben.
Ø Het
lijkt er op dat de gemeente veel wil overhevelen naar de het netwerk. Hier zit
wel een gevaar aan. Bij mensen met ingewikkelde problemen en kwetsbaarheid is
vaak niet zoveel netwerk meer over. Als je familie dan nog meer laat doen dan
ze al doen haken ze ook af. Gevolg: nog meer crisis opnamen.
Ø Familie
heeft al zoveel opgevangen, de rek raakt er uit.
Ø Om
een beroep te doen op je familie of partner om jou te ondersteunen verandert je
rol tot diegene. Soms wil je dat niet. Je wilt een evenwichtige relatie met je
dierbaren, iets wederkerigs. Als je zorg of ondersteuning nodig hebt kun je
niets terug doen. Dat voelt heel afhankelijk. Je behoudt goede relaties met
familie door niet in alles afhankelijk te zijn van ze. Je kunt dan beter
afhankelijk zijn van een hulpverlener die zich professioneel opstelt en een
grens bewaakt.
Ø Het
belangrijkste is dat de gespreksvoerder belangstelling je toont en zich als mens
opstelt.
Ø Soms
zijn er hele goede redenen dat familie geen hulp geeft. Er kunnen nare dingen
gebeurd zijn wat maakt dat veel contact ongewenst is. Daar moeten ze wel
rekening mee houden. Zouden ze dat doen?
3 Hoe kijk je tegen de inzet van
vrijwilligers aan op deze manier?
Ø Vrijwilligers
kunnen heel veel toevoegen aan de professionele zorg en de zorg van familie en
vrienden. Vaak andere rollen.
Ø Het
hangt er wel vanaf wat de taak en de rol van vrijwilligers is. Je kunt niet
verlangen dat een vrijwilliger verstand van zaken heeft. Vrijwilligers kunnen
bepaalde zaken niet signaleren. Bijv. bij verzorging of begeleiding. De
preventie gaat dan achteruit. Er lijkt iets bezuinigd te worden, maar het kan
veel duurder uitpakken. Vooral voor mensen met psychische problemen dreigen dan
extra crisis situaties.
Ø Het
is heel vervelend geholpen te worden door iemand die dat eigenlijk niet wil,
maar moet doen omdat anders zijn uitkering gestopt zou worden. Eigenlijk heel
stigmatiserend. Het lijkt wel of het werk is wat iedereen zomaar kan, of het
niet veel voorstelt.
Ø Als
werkelozen vrijwilligerswerk doen zou de sollicitatieplicht afgeschaft kunnen
worden. Dan doen ze het meer als echt werk.
4 Hoe, denk jij, zou zo’n aanpak het best
kunnen werken?
Ø Dat
er een keukentafelgesprek komt waarin gekeken wordt wat je zelf kunt is prima,
maar bij psychische problemen is de eigen kracht erg wisselend. Wat je vandaag
kunt kun je soms een halve dag later niet. Daar moet men wel rekening me
houden.
Ø Mensen
die zich groter houden dan ze zijn komen in de problemen. Het lijkt dan goed te
gaan, maar problemen stapelen zich op en extra crisis situaties dreigen. Dat
bespaart niets.
Ø Mensen
die deze gesprekken voeren raken denk ik wat immuun voor het echte verhaal van
iemand. Ze horen alleen het verhaal zonder echt de mensen te leren kennen. Ik ben bang dat ze dan alles toch weer op
dezelfde manier gaan doen.
Ø Het
wordt heel moeilijk te controleren of een gesprek goed gegaan is. Hoe zit het
met de klachtenprocedure?
Ø Het
zou het beste werken als de gesprekvoerders niet een bepaald bezuinigingsdoel zouden
hebben Nu denken we soms dat er een dubbele agenda is. Bezuinigen onder het mom
van een nieuwe aanpak.
Ø Dit
gaat het best werken als de regie meer bij de cliënt komt te liggen dan nu.
Bijvoorbeeld door het persoonsgebonden budget te gebruiken.
Ø Echt
kijken naar wat mensen zelf kunnen: Als je nu een scoot mobiel krijgt van de
gemeente en je krijgt een kapotte band mag je die nog niet eens zelf maken. Dat
doet een organisatie, moet je op wachten. Dat kan ik makkelijk zelf.
Hoe denk jij over deze zaken?
Wat leer je van deze clienten?
Hoe denk jij over deze zaken?
Wat leer je van deze clienten?
Abonneren op:
Posts (Atom)