Wat heb je eigenlijk nodig om vraaggetuurdwerken?
consulent uit de gemeente Huizen:
“Vertrouwen, vertrouwen en vertrouwen!” Toen we hier een aantal jaren geleden begonnen werd door de directeur gezegd: “Jullie gaan op een nieuwe manier werken en jullie doen het nooit fout”. Daarmee werd bedoeld dat we veel verschillende situaties moeten inschatten en niemand weet precies hoe het moet. Het zal telkens anders zijn. We moeten het al doende met elkaar leren. Daar moeten we elkaar bij helpen en elkaars sterke kanten benutten. Dat geeft vertrouwen vanuit de gemeente. Dat heb je hard nodig. Burgers vragen soms enkel een voorziening en wij komen dan vraag gestuurd praten over van alles. Soms zien ze dat niet zo zitten. Het is voor burgers ook een hele verandering. De leidinggevende zegt dat je niet op je fouten wordt afgerekend, maar die kunt gebruiken om van te leren. Dat vertrouwen heb je nodig.
Je hebt ook vertrouwen nodig van je team. Binnen ieder team zijn verschillen. Een situatie zoals hierboven roept bij anderen toch vragen op. “Ga je niet te ver als consulent? “ “Als jij het zo aanpakt, moet ik dat dan ook doen, dat vind ik wel erg moeilijk?” “Is dit niet de taak van het maatschappelijk werk?” etc. Als consulent heb je eigenlijk geen kaders, geen duidelijke richtlijn, geen productenboek. Als team zoek je samen hoe je dit aanpakt.
Hoe ver ga je dan?….. “Zover als nodig”
Wie bepaalt dat dan?…… .”De klant”
Als team hebben we moeten leren dat we allemaal onze sterke kanten hebben. Die moeten we eerst herkennen en waarderen in elkaar. Dat is ook een proces. Je moet elkaar leren complimenten te maken. “Zo dat heb je goed aangepakt. Hoe is je dat gelukt?” Ook moet je leren een collega om advies te vragen. “Ik kom in zo´n vreemde situatie zeg… Hoe zou jij dat aanpakken?”
Vertrouwen in jezelf is net zo nodig. Je gaat vaak alleen op pad. Je moet leren om je successen te vieren. Niet ieder gesprek loopt even goed, dat hoort er ook bij. Het is prachtig om mensen te kunnen helpen, soms kun je echter niet zo heel veel doen. Je brengt de situatie in beeld, je inventariseert. Meer doe je niet, daarmee help je vaak al heel veel.
Om vraag gestuurd te werken met burgers, is het eigenlijk vanzelfsprekend dat je op dezelfde wijze met elkaar als team werkt. Binnen de hele organisatie hoort een cultuur te zijn van vraagsturing.
- “ Heel belangrijk wat ik heb moeten leren is op mijn handen te gaan zitten, niet meteen mijn oplossing aandragen”.
- “Als het je lukt je eigen oordeel over een situatie of een persoon ondergeschikt te maken, dan gaat een gesprek veel makkelijker”.
- “Ik laat me graag verrassen”
- “Het is best lastig om nee tegen mensen te zeggen, ik ben empatisch voel met mensen mee. Om dan te zeggen dat ze een voorziening niet krijgen is niet makkelijk”.
Vraag gestuurd werken lijkt erg veel op de basis houding die wordt gehanteerd bij het oplossingsgericht werken:
Erkennend, begripvol en welwillend
De ander ervaart erkenning voor zijn/haar situatie en voelt zich begrepen. Door een welwillende basis houding krijgt de ander een positieve kijk.
Geduldig, uitnodigend en waarderend
De ander ervaart dat de tijd voor hem/haar wordt genomen, wordt serieus genomen en voelt zich gesterkt.
Aanmoedigend, activerend en doelgericht
De ander is actief, en gaat oplossingen onderzoeken in de richting van de situatie die hij/zij zich wenst.
Door op alle niveaus in de organisatie deze basis houding te delen ontstaat de cultuur die mogelijk maakt gezamenlijk te groeien in de vraagsturing. Iedereen raakt vertrouwd met het principe dat de ander beschikt over eigen oplossingen en geholpen kan worden deze te vinden. Dat geldt zowel voor leidinggevenden, beleidsmedewerkers, gesprekvoerders en burgers. Als de eigen oplossing niet meteen aanwezig is, kan iemand het leren, of wordt in de directe omgeving gekeken wie kan bijspringen. Zo kan een team ontstaan waar leden elkaar aanvullen en functioneren op voet van gelijkwaardigheid. Er mogen fouten worden gemaakt omdat ieder er van kan leren. Werkwijze en organisatie is gelijkvormig aan de Kanteling. Veranderingen worden makkelijker als de manier waarop je het werkt organiseert en met elkaar samenwerkt, grote gelijkenis heeft met het doel wat je nastreeft. De Kanteling breng je in de praktijk door het zelf ook te doen.
Dit vergt een lerende omgeving waarin het normaal is dat je ergens nog niet zo goed in bent, maar door oefenen, reflectie en trainen wel goed in kunt worden. Dat vergt een andere manier van denken, een andere Mindset.
De Groeimindset!
donderdag 22 augustus 2013
Wat heb je nodig om vraaggestuurd te werken binnen de WMO
woensdag 17 juli 2013
Keukentafelgesprek door de ogen van GGz clienten
Tijdens een groepsgesprek met clienten uit de GGz ging het over het Keukentafelgesprek:
Wat vinden clienten belangrijk? In het blauw opgetekende reacties.
Als je zorg, ondersteuning of begeleiding aanvraagt, krijg je een gesprek waarin bekeken wordt wat je nodig hebt. Denk aan hulp in de huishouding, problemen op het gebied vanmobiliteit etc. WMO ondersteuning.
Wat vinden clienten belangrijk? In het blauw opgetekende reacties.
Als je zorg, ondersteuning of begeleiding aanvraagt, krijg je een gesprek waarin bekeken wordt wat je nodig hebt. Denk aan hulp in de huishouding, problemen op het gebied vanmobiliteit etc. WMO ondersteuning.
Dat gaat volgens de verantwoordelijkheid ladder zoals ze dat
noemen in De Kanteling:
- eerst wordt gekeken wat je zelf kunt doen aan het probleem (Eigen Kracht)
- daarna wordt gekeken wat
je familie, vrienden buren (mantelzorgers) voor je kunnen doen. (sociaal netwerk)
- vervolgens wordt met je
bekeken of er algemene voorzieningen zijn waar je gebruik van kunt maken.
Bijv. tafeltje dekje, vrijwilligers poule, welzijnswerk, etc. (Collectieve voorzieningen)
- In laatste instantie wordt gekeken of je voorziening special voor jou nodig hebt. Bijv. een scootmobiel, een huishoudelijke hulp, (individuele voorziening
Vragen die werden besproken?
1 Wat spreekt je aan in deze manier van
aanpak?
Ø Goede
zaak dat er gekeken wordt wat je zelf wel kunt. Vaak letten hulpverleners
alleen op wat niet goed gaat. Door te vragen wat je wel kunt voel je je
sterker.
Ø Als
je op het ene terrein problemen hebt en ondersteuning nodig hebt, kan het goed
zijn dat je op andere terreinen genoeg eigen kracht hebt. Goed als daar naar
gevraagd wordt.
Ø Als
het goed wordt toegepast krijg je alleen de zorg die je nodig hebt.
2 Hoe zou zo’n gesprek wat jouw betreft
dienen te gaan? Waar moet men goed rekening mee houden?
Ø Ze
moeten eerst vragen wat er al gebeurt door mantelzorgers en vrijwilligers. Vaak
hoor je dat de consulent zegt dat bepaalde dingen door mantelzorgers gedaan
moet gaan worden en niet meer door de gemeente. Ze hebben geen idee wat
mantelzorgers al doen of gedaan hebben.
Ø Het
lijkt er op dat de gemeente veel wil overhevelen naar de het netwerk. Hier zit
wel een gevaar aan. Bij mensen met ingewikkelde problemen en kwetsbaarheid is
vaak niet zoveel netwerk meer over. Als je familie dan nog meer laat doen dan
ze al doen haken ze ook af. Gevolg: nog meer crisis opnamen.
Ø Familie
heeft al zoveel opgevangen, de rek raakt er uit.
Ø Om
een beroep te doen op je familie of partner om jou te ondersteunen verandert je
rol tot diegene. Soms wil je dat niet. Je wilt een evenwichtige relatie met je
dierbaren, iets wederkerigs. Als je zorg of ondersteuning nodig hebt kun je
niets terug doen. Dat voelt heel afhankelijk. Je behoudt goede relaties met
familie door niet in alles afhankelijk te zijn van ze. Je kunt dan beter
afhankelijk zijn van een hulpverlener die zich professioneel opstelt en een
grens bewaakt.
Ø Het
belangrijkste is dat de gespreksvoerder belangstelling je toont en zich als mens
opstelt.
Ø Soms
zijn er hele goede redenen dat familie geen hulp geeft. Er kunnen nare dingen
gebeurd zijn wat maakt dat veel contact ongewenst is. Daar moeten ze wel
rekening mee houden. Zouden ze dat doen?
3 Hoe kijk je tegen de inzet van
vrijwilligers aan op deze manier?
Ø Vrijwilligers
kunnen heel veel toevoegen aan de professionele zorg en de zorg van familie en
vrienden. Vaak andere rollen.
Ø Het
hangt er wel vanaf wat de taak en de rol van vrijwilligers is. Je kunt niet
verlangen dat een vrijwilliger verstand van zaken heeft. Vrijwilligers kunnen
bepaalde zaken niet signaleren. Bijv. bij verzorging of begeleiding. De
preventie gaat dan achteruit. Er lijkt iets bezuinigd te worden, maar het kan
veel duurder uitpakken. Vooral voor mensen met psychische problemen dreigen dan
extra crisis situaties.
Ø Het
is heel vervelend geholpen te worden door iemand die dat eigenlijk niet wil,
maar moet doen omdat anders zijn uitkering gestopt zou worden. Eigenlijk heel
stigmatiserend. Het lijkt wel of het werk is wat iedereen zomaar kan, of het
niet veel voorstelt.
Ø Als
werkelozen vrijwilligerswerk doen zou de sollicitatieplicht afgeschaft kunnen
worden. Dan doen ze het meer als echt werk.
4 Hoe, denk jij, zou zo’n aanpak het best
kunnen werken?
Ø Dat
er een keukentafelgesprek komt waarin gekeken wordt wat je zelf kunt is prima,
maar bij psychische problemen is de eigen kracht erg wisselend. Wat je vandaag
kunt kun je soms een halve dag later niet. Daar moet men wel rekening me
houden.
Ø Mensen
die zich groter houden dan ze zijn komen in de problemen. Het lijkt dan goed te
gaan, maar problemen stapelen zich op en extra crisis situaties dreigen. Dat
bespaart niets.
Ø Mensen
die deze gesprekken voeren raken denk ik wat immuun voor het echte verhaal van
iemand. Ze horen alleen het verhaal zonder echt de mensen te leren kennen. Ik ben bang dat ze dan alles toch weer op
dezelfde manier gaan doen.
Ø Het
wordt heel moeilijk te controleren of een gesprek goed gegaan is. Hoe zit het
met de klachtenprocedure?
Ø Het
zou het beste werken als de gesprekvoerders niet een bepaald bezuinigingsdoel zouden
hebben Nu denken we soms dat er een dubbele agenda is. Bezuinigen onder het mom
van een nieuwe aanpak.
Ø Dit
gaat het best werken als de regie meer bij de cliënt komt te liggen dan nu.
Bijvoorbeeld door het persoonsgebonden budget te gebruiken.
Ø Echt
kijken naar wat mensen zelf kunnen: Als je nu een scoot mobiel krijgt van de
gemeente en je krijgt een kapotte band mag je die nog niet eens zelf maken. Dat
doet een organisatie, moet je op wachten. Dat kan ik makkelijk zelf.
Hoe denk jij over deze zaken?
Wat leer je van deze clienten?
Hoe denk jij over deze zaken?
Wat leer je van deze clienten?
zaterdag 13 juli 2013
Gespreksvoering binnen de WMO
Oplossingsgericht op pad
Gespreksvoering aan de Keukentafel:
Bij oplossingsgericht werken, (of vraag gestuurd werken) gaat de gespreksvoerder totaal anders te werk dan bij aanbod gestuurd werken. Vroeger keek de gemeente welk aanbod van de gemeente van toepassing was voor degene die hulp aanvroeg. Men werkte vanuit de Wet Voorzieningen Gehandicapten (WVG). De voorzieningen stonden vast en de burger moest zich daar naar voegen. Gespreksvoerders stuurden als het waren naar het vaststaande beperkte aanbod toe.
Bij oplossingsgericht werken, (of vraag gestuurd werken) gaat de gespreksvoerder totaal anders te werk dan bij aanbod gestuurd werken. Vroeger keek de gemeente welk aanbod van de gemeente van toepassing was voor degene die hulp aanvroeg. Men werkte vanuit de Wet Voorzieningen Gehandicapten (WVG). De voorzieningen stonden vast en de burger moest zich daar naar voegen. Gespreksvoerders stuurden als het waren naar het vaststaande beperkte aanbod toe.
Nu hoort dat andersom te gaan. Als iemand een probleem ervaart gaan we
met diegene in gesprek. We vragen hoe de burger het probleem ervaart, wat voor
mogelijkheden de burger zelf heeft en wat voor mogelijkheden er elders zijn. We
praten ook over meerdere levensgebieden. Vaak hangt het ene met het
ander samen. We beginnen bij welke vraag de burger heeft. We sturen van daaruit naar een oplossing toe.
Dat kan vanalles zijn. Het begint bij een oplossingsgericht gesprek met de
burger die ergens ondersteuning bij nodig heeft. Hoe is zo´n gesprek eigenlijk?
Het gesprek
Een consulent zegt:
“Het is heel afwisselend. Je weet nooit hoe een gesprek loopt. Je weet van te
voren nooit wat de vraag precies is. Hoe
iemand een probleem ervaart, mensen zijn allemaal anders. Als iemand bijv. huishoudelijke hulp vraagt
kan er van alles achter schuil gaan. Daar krijg je pas een beeld van als je bij
mensen thuis komt en in gesprek gaat. Het is zo belangrijk dat je op huis
bezoek gaat. Zo´n gesprek is heel anders dan vroeger. Je begint al op een
andere manier”.
Hoe je zo´n vraag gestuurd gesprek begint werd me duidelijk
tijdens een huisbezoek?
Burger: “ Goede
middag komt u binnen, ik zag jullie
al aankomen” Consulent:. “ Goede
middag, ja ik zag u al voor het raam staan, ik hoefde niet eens aan te
bellen. Zeg wat woont u hier prachtig zeg,
een plaatje gewoon. Woont u hier al lang?
B: “Ja ik woon hier mijn leven lang, het was de dienstwoning van mijn vader. Die was vroeger bij de politie. Sinds mijn ouders zijn overleden woon ik hier alleen. Ja het is mooi plekje, dat zegt iedereen. Echt rustig. Een goede buurt, ik ken hier iedereen”.
C: “ Sinds het overlijden van uw ouders woont u hier alleen. Waar zullen
we gaan zitten?
B: “O maakt niet
uit”
C: “ Zullen we dan
daar gaan zitten waar u het prettigst zit”?
B: “Ja dat is
goed, ik zit altijd hier, misschien kunt u dan op de bank zitten, of wilt u
liever aan de tafel?”
C: “ Nee hoor het
is prima, ik ga op de bank zitten,
allemaal goed. Ik pak er even mijn
mapje bij, zo kan ik prima iets opschrijven meteen. Er is een vraag gekomen
bij de gemeente . Vertelt u eens….?
B: “ …....”
|
Aansluiten bij de
ander
Daar zijn verschillende manieren voor:
- De ander bepaalt waar het gesprek plaats vindt. Wat de ander prettig vindt is bepalend. De gespreksvoerder is te gast en gedraagt zich ook zo.
- Je gebruikt de woorden van de burger. Als je als gespreksvoerder iets samenvat gebruik je zoveel mogelijk de woorden van de ander. Dat heet taalmatching.
- Je gebruikt geen jargon of gemeente taal, dat sluit niet aan. Bijvoorbeeld het woord “voorliggende voorziening” zegt een burger niets.
- Vragen naar het nut van het gesprek voor de ander. Een oplossingsgericht gesprek dient het doel van de ander. “U hebt een aanvraag in gediend, wat zouden we daar wat u betreft over moeten bespreken?” of: “Wat zou u met dit gesprek willen bereiken?” Dit noemen we in het oplossingsgerichte werken nuttigheidsvragen.
- De ander bepaalt het tempo van het gesprek. Soms lijkt een gesprek heel traag te gaan. Vanuit de burger gezien is dat tempo echter helemaal niet zo traag.
- Hoe werkt het bij jullie in de praktijk?
woensdag 3 juli 2013
Ervaringsdeskundigheid, participatie en belangenbehartiging.
Binnn GGz, verslavingszorg, maatschappelijke opvang, maar ook gemeenten en welzijnsorganisaties hebben het begrip ervaringsdeskundigheid ontdekt. Het past waarschijnlijk goed in het huidige beeld van eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht van de zorgvragende burger. Ervaringsdeskundigheid, het
is een soort “toverwoord” geworden. Zoals het met toverwoorden gaat, veroorzaakt het
snel onbestemde verwachtingen en spraakverwarring. Een poging tot ordening.
Wat zegt
wikipedia over ervaringsdeskundigheid:
“Een Ervaringsdeskundige is een
persoon die door gerijpte en doorleefde ervaring van tegenslag, ziekte,
beperking, lotgeval of levensomstandigheid in staat is om de kennis die niet
door studie of onderwijs maar door deze ervaring is opgedaan - de zogeheten
ervaringsdeskundigheid - te benutten..”
Centraal
staat de kennis opgedaan door ervaringen ipv studie.
Kenmerken van
deze kennis is:
- Praktisch ipv theoretisch
“ik ben er achter
gekomen dat ´s middags een uurtje rusten beter werkt dan medicijnen”
- Persoonlijk ipv algemeen geldend
“Klinkt vreemd, maar in
mijn situatie slaap ik beter als ik niet te vroeg naar bed ga”
- Integraal ipv specialistisch
“Om halve dagen te kunnen werken, heb ik
huishoudelijke hulp nodig en af en toe een gesprek met mijn begeleider ”
Gebruik van
ervaringsdeskundigheid geeft op drie lagen een extra dimensie aan kennis. Ervaringskennis
kan heel bruikbaar zijn op een aantal terreinen van zorg, welzijn en arbeid.
Ervaringskennis vult de meer theoretische kennis van de professional waarvol aan.
Mogelijke inzet van ervaringskennis op terreinen:
1
Coping
strategieën :bijzondere
manieren om met beperkingen/situaties om te gaan
2
Onderling
steun te verlenen
3
Toegankelijkheid
en kwaliteit van de
zorg en de bejegening door zorgverleners
4
Participatie: plaats verwerven in de samenleving
- Coping strategieën: Mensen worden soms heel vindingrijk om zich te kunnen redden en ontwikkelen eigen manieren om met beperkingen om te gaan. Dit is een deskundigheid door ervaring geleerd. Passende eigen oplossingen waar hulpverleners niet snel aan denken. Coping bij uitstek. Deze uiting van ervaringsdeskundigheid laat eigen veerkracht zien. De moeite waard om uit te wisselen voor mensen in vergelijkbare situaties.
Functie
van cliëntenorganisaties: uitwisseling van ideeën
bevorderen en mensen met elkaar in contact te brengen.
Rol van zorgaanbieders: nieuwsgierige houding ontwikkelen van personeel, belangstellend zijn.
Specifieke scholing of training is niet zo nodig mensen leren van elkaar.
Specifieke scholing of training is niet zo nodig mensen leren van elkaar.
Stimulerend: Een klimaat van optimisme,
vindingrijkheid en mogelijke verbetering zichtbaar maken.
Nut:
Vooral voor de
cliënten zelf versterkend.
- Onderlinge steun: Mensen met dezelfde of vergelijkbare situaties kunnen veel steun ervaren door te merken dat je niet de enige bent. Begrip en erkenning van lotgenoten werkt vaak verbindend. Bij aandoeningen waar door anderen met uitsluiting (stigmatisering) wordt gereageerd is onderlinge steun belangrijk: GGZ, verslaving, hun familie, armoede.
Functie
van cliëntenorganisaties: Organiseren van ontmoetingen, praatgroepen,
steunen van netwerken, begeleiden van groepen.
Rol van zorgaanbieders: faciliteren van ontmoetingen, professionals wat op de achtergrond houden.
Specifieke scholing of training: Geen specifieke vaardigheden nodig. Mogelijke trainingen “hoe vertel ik mijn persoonlijk verhaal”. “Hoe overwin ik stigmatisering?”
Specifieke scholing of training: Geen specifieke vaardigheden nodig. Mogelijke trainingen “hoe vertel ik mijn persoonlijk verhaal”. “Hoe overwin ik stigmatisering?”
Stimulerend: Uitwisselen van positieve
ervaringen, ontwikkelen van een groei mind-set.
Nut: Versterkend voor cliënten in
relatie tot anderen. Netwerk ontwikkelen.
- Toegankelijkheid en kwaliteit van de zorg: Cliënten voelen de kwaliteit van de zorg, toegang tot de zorg en de bejegening aan den lijven. Hierdoor zijn cliënten de beste graadmeters op deze terreinen. Cliënten kunnen zich toeleggen om hier aandacht voor te vragen en de zorg helpen verbeteren. Hier spreken we van ervaringsdeskundigen. Persoonlijke ervaring gebruiken voor een algemener doel.
Functie
van cliëntenorganisaties: Cliëntenorganisaties
kunnen cliënten faciliteren en ondersteunen hun rol als ervaringsdeskundige te
ontwikkelen en doelgericht in te zetten. De kracht van de ervaringsdeskundige
is de kennis door persoonlijke beleving te gebruiken met het doel de
kwaliteit en toegankelijkheid van zorg en welzijn te verbeteren. Cliëntenorganisaties hebben contacten met zorgverzekeraars,
overheden en zorgaanbieders. De cliëntenorganisatie zet de beschikbare
ervaringsdeskundigheid in op terreinen:
-
beleidsbeïnvloeding
-
medezeggenschap
-
kwaliteitsmetingen
-
zorg
verbetering
-
beeldvorming
-
voorlichting
-
gastlessen
onderwijs
Rol van zorgaanbieders: Waarnemingen van ervaringsdeskundigen terharte nemen.
Rol van zorgaanbieders: Waarnemingen van ervaringsdeskundigen terharte nemen.
Specifieke
scholing of training:
Afhankelijk van het doel wat de
ervaringsdeskundige wil bereiken is scholing vaak gewenst. De erv.desk. gaat
zich manifesteren op terrein wat misschien niet zijn vak is. Denk aan:
gespreksvoering, presentatie voor groepen. Standaard trainingen zijn niet gewenst. Coachende ondersteuning voorziet vaak in behoefte.
Begeleide intervisie werkt vaak erg goed.
Stimulerend: Uitwisselen van successen en nieuwe aanpakken. Denk aan “nazorg projecten GGZ”.
Nut: Ervaringsdeskundigen ervaren resultaat en
leveren concreet een bijdrage. Dubbel
effect: kwaliteit zorg verbetert en erv. desk. ontwikkelen zich.
- Participatie:Ervaringsdeskundigen kunnen een belangrijke rol spelen bij het vinden en hervinden van maatschappelijke rollen na uitval. Het doormaken van een crisis/ziekte of aandoening gaat vaak gepaard met verlies van diverse rollen. Denk aan werk, maatschappelijke positie, financiën, sociale contacten etc. Erv. desk. die een (gedeeltelijk) herstel proces hebben doorgemaakt zijn erg motiverend en hoopgevend voor anderen. Herstelgroepen, steungroepen, maatjesprojecten, activeringsprojecten door erv desk.
Functie
van cliëntenorganisaties: Opzetten van een netwerk met als doel
participatie van erv desk. Ondersteunen van en aandachtvragen voor erv. desk. projecten.
Rol van zorgaanbieders: faciliteren
Specifieke scholing of training: Cliëntenorganisaties kunnen erv. desk. coachen opleiden die een netwerk kunnen ondersteunen met het doel participatie te bevorderen.
Specifieke scholing of training: Cliëntenorganisaties kunnen erv. desk. coachen opleiden die een netwerk kunnen ondersteunen met het doel participatie te bevorderen.
Stimulerend:
Nut: Maatschappelijk nut is groot mensen
uit kwetsbare deel te laten nemen aan de samenleving. Persoonlijk nut is groot
voor de erv. desk.
Samenvattend:
- Ervaringsdeskundigheid levert ervaringkennis. Typerend voor ervaingskennis is: praktisch, persoonlijk en integraal. Deze kennis vult de theoretische of academische kennis aan.
- Inzetten van ervaringskennis op 4 terreinen: Coping, Onderlinge steun, toegankelijkheid en kwaliteit zorg, participatie.
- Scholing aan ervaringsdeskundigen is geen standaard aanbod, maar maatwerk afhankelijk van het doel wat na gestreefd wordt en leerwens van de persoon in kwestie.
- De rol voor zorgaanbierders op het terrein van ervaringskennis: in eerste instantie een houding van oprechte interesse, nieuwsgierigheid en faciliterend. De ervaringskennis niet meteen opslokken.
- Gebruik van ervaringskennis is een prima kans tot activering, emancipatie, deelname.
zondag 14 april 2013
Gespreksvoering met mensen met psychische problemen
Wat professionals als WMO consulenten en klantmanagers zoal dienen
te weten van GGz om mensen met psychische problemen goed te kunnen helpen met
hun hulpvraag . Dit tegen de achtergrond van de grootscheepse verandering van
het sociaal domein.
- Consulenten en klantmanagers krijgen nu en in de toekomst meer te maken met burgers met psychische problemen, verslaving en dakloosheid. De uitbreiding WMO en AWBZ decentralisaties naar de gemeente is hiervan de reden.
- Consulenten en klantmanagers zullen ander soortige gesprekken gaan voeren met burgers dan voorheen. Meer zal een beroep gedaan worden op eigen kracht, eigen verantwoordelijkheid en inzetten van sociaal netwerk alvorens een individuele voorziening wordt toegekend.
- Consulenten zullen naar aanleiding van een ondersteuningsvraag ook andere levensgebieden in beeld brengen.
- Burgers met meervoudige psychische problemen of achtergronden krijgen ook te maken met een ander soort hulp. In toenemende mate zal de ondersteuning niet meer vanzelfsprekend zijn. Inzet van eigen kracht, netwerk plus een prestatie terug doen in welke vorm dan ook, kan onderwerp van gesprek worden.
- Voeren van een inventariserend gesprek ipv een gesprek waar indicatie centraal staat
- Gespreksvoering gericht op wat de klant wel kan ipv zoeken naar beperkingen
- Onderzoekende houding
- Complimenterende vaardigheid op wat de klant ondanks situatie wel kan en doet.
- Luisterend ipv invullen voor de ander
- Privacy van de ander respecteren
- Beleefde bejegening hanteren
- Bewust zijn van stigmatiserings mechanismen
- Situatie van de klant oordeel loos en neutraal bespreken
- De adviserende rol inwisselen voor een coachende en vragende rol
- De protocollen en standaard voorzieningen ondergeschikt maken aan de persoonlijke situatie.
Veel cliënten uit
GGz, Maatschappelijke opvang en Verslavingszorg hebben regelmatig moeizame ervaring met hulpverlening achter de
rug. Vaak wordt een stigma ervaren. Het stigma wordt soms de tweede aandoening
genoemd. Om deel te nemen aan de samenleving is dit een minstens zo grote
belemmering als het ziektebeeld. Een stigma kan bevorderd worden door onwetendheid van de gespreksvoerder en vaak onervarenheid.
Sommige cliënten hebben zo vaak een subtiel stigma ervaren dat er spraken kan
zijn van zelfstigmatisering. “Diegene zal me wel vreemd vinden” Dit terwijl er in de communicatie eigenlijk
geen aanleiding is. Anderen voelen het vooral:
“Ik wordt met de nek aan gekeken”
Of het feitelijk zo is of niet, de ervaring ervan staat participatie
buitengewoon in de weg. Stigma is een hardnekkig fenomeen diep in onze de
cultuur verankerd.
- Voor gespreksvoerders is het essentieel kennis te hebben van stigmatisering, hoe dat werkt.
- Een van de beste remedies tegen stigmatisering is: ontmoeting op basis van interesse. Een tweezijdige ontmoeting.
- Enige kennis van ziekte beelden kan nuttig zijn, maar is zeker niet het belangrijkste. “Het vervelendste is als iemand iets algemeens weet over mijn stoornis en denkt dat het bij mij dan ook zo werkt”
- Een goede reactie kan zijn: “Ik weet wel iets van ADHD, vooral dat het voor iedereen anders is. Hoe werkt het nou in uw geval?”
- Belangrijk is dat gespreksvoerders genoeg tijd nemen, de cliënt te vragen hoe hij of zij het gesprek prettig vindt.
- Een situatie van aandacht en vertrouwen creëren. Deur dicht, je telefoon uit, niet de hele tijd naar je beeldscherm kijken. Zeggen wat je gaat doen met welke reden.
- Benoemen van je rol, wat de bedoeling is hoe het gesprek er uit kan zien.
- Durven vragen hoe de ander het best geholpen kan worden.
- Cliënten geven vaak aan dat ze het prettig vinden als de hulpverlener zich als mens opstelt en niet als koele professional.
- Iets van jezelf laten zien (zonder meteen over jezelf te gaan praten)
- Expliciet zeggen dat mensen terug kunnen komen, kunnen bellen en een kaartje meegeven.
- Soms een extra attentie laten merken: “Vind u het goed als ik u volgende week even bel hoe de doorverwijzing gegaan is” (doorverwijzingen zijn vaak afhaak momenten)
- Notities kopiëren/printen en meegeven zodat mensen het kunnen nalezen.
- Vaak hebben cliënten concentraties stoornissen: Vraag wanneer het genoeg is en biedt een vervolgafspraak aan.
zaterdag 8 december 2012
Gesprek WWB
Een gespreksvoerder bij de WWB
(wet werk en bijstand)
maakte het volgende mee:
Cliënt maakt vaak willekeurige bewegingen, kijkt weg, krabt voortdurend aan
zijn arm etc. De gespreksvoerder denkt aan een dwang handeling en schat in dat dit bij een sollicitatie belemmerend is. De klant wil er niet over
te praten.
Wat kun je
als oplossingsgerichte gespreksvoerder dan doen?
Grondhouding: Oordeel loos, werken met
het perspectief van de klant, vriendelijk blijven.
De klant
ziet niet dat hij een probleem. Wijst hulp af want het is niet relevant.
Probeer een gesprek op te bouwen waar bij de
klant zich op zijn gemak voelt. Duwen en trekken helpt daar meest niet bij,
overtuigen en confronteren evenmin.
Het is vaak niet
nodig de achtergrond van het gedrag te begrijpen of te analyseren om de persoon toch te kunnen helpen
Vragen die
kunnen helpen:
De
aanleiding van het gesprek verhelderen:
·
“We hebben een gesprek over het vinden van een
baan. Daarbij zou ik met je willen praten over wat er bij een sollicitatie gesprek komt kijken. Zou dat
nuttig voor je kunnen zijn?” (Het is
moeilijk daar nee op te zeggen)
Nut voor de
ander onderzoeken
·
“Een eerste indruk bij een sollicitatie is vaak
erg belangrijk voor het vervolg, hoe zie jij dat?”
·
“Hoe
belangrijk schat jij de eerste indruk die je maakt op een sollicitatiegesprek?”
Als hij daar positief op reageert: Gewenste situatie
verkennen:
·
“Stel dat je eerste indruk die je wekt bij een
sollicitatie gesprek goed is, wat zou daar een
voordeel van kunnen zijn?
·
“Zie je nog meer voordelen?”
·
“Wat zijn zo een aantal belangrijke punten om
een goede eerste indruk te wekken bij
een sollicitatie?” “ Weet je er nog meer?” (als hij zijn bewegingsdrang noemt
hoef je er niet bijzonder op in te gaan,
noemt hij het niet is het ook goed)
Platform
verkennen:
·
“Stel jezelf een schaal voor van 0-10 waarbij 10
staat voor een goede eerste indruk bij een sollicitatiegesprek, waar sta je dan
nu?”
·
"Wat zit er nu al in? Wat doe je al om een
goede indruk te wekken ?"
·
"Stel jezelf een stap hoger voor, wat is er dan
anders?"
·
"Heb je wel eens het idee gehad dat je op die
trede stond?"
·
"Wat deed je toen anders?"
Misschien gaat de klant iets vertellen over het moeilijke gedrag.
Door
geduldig de oplossingsgerichte vragen te stellen, vriendelijk te blijven, zijn
situatie te erkennen kom je steeds meer dingen tegen die de klant nuttig vindt om een eerste goede indruk te
wekken bij een sollicitatiegesprek. Mild confronteren kan altijd nog. BV
“In ons eerste
gesprek viel me op dat jij….., daar ben ik inmiddels aan gewend, in hoeverre
zou dat een rol kunnen spelen bij een goede eerste indruk wekken?”
donderdag 6 september 2012
Wanneer is een oplossing een goede oplossing?
Voorheen waren
oplossingen bij gemeenten bijna altijd voorzieningen, eigenlijk standaard
oplossingen. Met de komst van de WMO zijn er veel meer oplossingen
mogelijk. Voor consulenten een extra uitdaging om te komen tot
oplossingen die niet standaard zijn, maar passen in de situatie van
de burger.
In een gesprek komt van
alles ter spraken. Eén van de gespreksonderwerpen is contact met
familie.
Een
fragment uit een gesprek: C= consulent B = burger
C:
“U hebt al veel verteld over uw situatie, u kunt slecht de deur
uit, zit veel alleen thuis en na het overleiden van uw vrouw hebt u
erg weinig contacten met anderen. U hebt bijna geen familie meer een
nicht in Canada is eigenlijk uw enige familie lid die nog leeft?”
B: “Juist en nou is mijn vurige wens om haar eens te gaan
bezoeken. Ik heb een bijstand uitkering, heb nog nooit om iets
extra´s gevraagd. Het is alleen mogelijk als de gemeente bijspringt.
Zou dat kunnen?”
....................................................................................................................................................................
C:
“Nou ja dat valt niet in de WMo hoor... zou mooi zijn uw nicht te
bezoeken in Canada, maar dat zit er echt niet in”
B:
“Wel directeuren die toch al genoeg verdienen en managers, die
kunnen de wereld rond, maar een oude man die altijd de eindjes aan
elkaar heb moeten knopen...? Daar is geen geld voor. Het verandert
ook nooit”
C:
“Vanuit uw situatie gezien begrijp ik het wel, maar dat gaat niet.
U moet ook begrijpen dat de gemeente keuzes moet maken”:
B:
“ja dat is allemaal zo, maar daar heb ik niks aan?”
C:
“Nou wat tegenwoordig wel kan, is dat u via de computer met uw
nicht kunt praten en haar tegelijkertijd kunt zien. Dat lijkt een
beetje op telefoneren met beeld erbij. Misschien is dat te
realiseren. Ik ken wel mensen bij de vrijwilligers centrale die u
kunnen helpen om dat te leren, wat denkt u daarvan”?
B:
“Acht dat nieuwe computer gedoe. Ik zou mijn nicht wel eens willen zien, maar naar Canada gaan
is te veel. Ik kan het niet betalen laat het maar zitten. Directeuren
krijgen alles voor elkaar, laat maar.
C:
“ Nou ja ik wil het wel eens navragen bij de vrijwilligers
centrale..om met de computer...toch maar doen?”
B:
“Nee hoor laat maar, in Nederland geven we het geld liever aan
rijke stinkers”
Duidelijk is dat de vraag van de
burger geen kans van slagen maakt. Het is niet realistisch, niet
proportioneel. Maw er ligt een begrijpelijke vraag, maar de kosten
zijn te hoog om hier op in te gaan. De consulent geeft direct aan dat
het niet tot de mogelijkheden behoort. Begrijpelijk. De consulent
slaat één stap over: het perspectief van de burger
erkennen en er mee werken. De
consulent zoekt wel actief naar oplossingen die wel mogelijk zijn,
maar daar gaat de burger niet op in.
De de communicatie is klaagtypisch: de burger ervaart een probleem
maar hij is zelf geen deel van de oplossing. Hij stelt zich
afhankelijk op en klagend op. De consulent kan oplossingen aandragen,
maar de burger gaat daar niet op in.
Stel dat de consulent wel erkenning geeft voor het prespectief van de
burger en er enkele vragen over stelt:
Vanaf de witregel:
1 C: “Ik kan me
voorstellen dat u uw enige familielid , uw nicht, zou willen
spreken, zou willen zien. Eigenlijk zou u er graag eens naar toe
willen en vraagt de gemeente om daarbij te helpen?”
B: “Ja het is mij
enige familielid en ik heb haar al 15 jaar niet gezien.”
2 C: “ Hoe hebben
jullie in die 15 jaar contact gehad? ”
B: “Ze belt wel
eens, ik heb wel eens een kaart of een brief gestuurd. Maar ik ben
jaren erg depressief geweest, het is ook wel wat verwaterd. Maar ik
wil het contact weer aanhalen, ze is de enige. ”
3 C: “Ok U zou het
contact wel willen aanhalen na die depressie. Stel dat jullie meer
contact zouden hebben, hoe zou dat voor u zijn? ”
B: “ Nou ja ik
zou wel willen weten hoe het daar is, hoe ze daar leeft, haar man
ontmoeten. Hun kinderen zien. Snap je het was vroeger echt mijn
lievelingsnicht?”
4 C: “ Wat zou het
verschil maken als u meer contact met haar zou hebben, bv haar
kinderen zien enzo?”
B: “Gewoon je
eigen familie spreken, interesse nu ben ik niet meer depressief, nu
zou dat weer kunnen?”
5 C: “Dat klink
goed, niet meer depressief, nu hebt u weer de energie om familie
contact op te pakken Begrijp ik dat goed?”
B:”Precies, daarom
begin ik er over, maar nu heb ik nog steeds geen geld om er naar toe
te gaan. Wat zou de gemeente of de sociale dienst kunnen doen? Pas
hoorde ik dat er directeuren van zorgccentra op studiereis gaan naar
Amerika. Zou ik dan niet...?”
6 C: “Dat lees ik
ook wel eens. Voor zover ik weet maakt een aanvraag voor
familiebezoek in Canada niet veel kans van slagen. Wel kan ik me
voorstellen dat u in deze situatie het contact met uw nicht wilt
herstellen. Daar kan ik me wel iets bij voorstellen ja..Misschien is
dat op de een of andere manier wel mogelijk?”
B: “Liefst ga ik
er naartoe, ja ook niet meteen morgen, maar dat is wel mijn wens”
7 C: “Stel nou dat
u haar van tijd tot tijd zou kunnen spreken en zien, zeg maar beeld
telefoon. Zou dat al helpen?”
B: “Ja ik heb daar
wel eens aan gedacht, maar dan moet je met de computer enzo, daar ben
ik niet zo handig in. En wat dat allemaal niet kost??”
8 C: “OK u hebt er
ook al eens aan gedacht, er zijn misschien wel mensen te vinden die u
daar mee helpen. Mensen die het leuk vinden om dit te doen. Binnen de
vrijwilligers poul zijn er ook mensen die anderen helpen met
computeren etc. Ik zou eens een visje uit kunnen gooien? ”
B “ Mm tja..het
moet wel iemand zijn waar het een beetje mee klikt.
Oplossingesgerichte
interventies in de gespreksvoering:
1 C: Perspectief
erkennen, woorden van de klant gebruiken: klant voelt zich begrepen.
2 C: Vragen naar iets
positiefs uit het verleden: Klant zoekt naar positieve uitzonderingen
3 C: Woorden van de
klant gebruiken: vragen naar de gewenste situatie: Doel in beeld
krijgen
4 C Nog meer vragen
naar de gewenste situatie: Doel meer verhelderen
5 C: Aansluiten vragen
of je het goed begrijpt: Klant is deskundig
6 C Oordeelloos
aansluiten, informatie verschaffen perspectief klant erkennen: Nee
boodschap met perspectief.
7 C Mogelijkheid
onderzoeken in de vraagvorm. Commitment vragen
8 C Aansluiten bij de
klant, mogelijkheid uitleggen, commitment vragen
Het perspectief van de
klant erkennen is nog niet zo heel eenvoudig. Gespreksvoerders vinden
het moeilijk vaak om mee te gaan in de wens van de klant en later
toch te moeten zeggen dat het het niet kan. Geen vals hoop bieden.
Begrijpelijk.
De wens van de klant is
dikwijls een middel en niet het doel. Door deze wens te erkennen kun
je je vragen naar wat er anders zou zijn voor de klant in die
situatie. Wat zou er mogelijk worden?, wat zou het verschil maken?
etc. Hierdoor komt het eigenlijke doel in beeld. Als je dat serieus
in beeld brengt iwerk je samen met de klant aan een goede oplossing.
In WMO termen noemen we
dat de vraag achter de vraag.
- Kan dit helpen bij gespreksvoering voor wmo consulenten?
- Welke ideeën krijg je erbij?
- Meer over oplossingsgerichte gespreksvoering: www.wmogesprekstraining.nl
Abonneren op:
Posts (Atom)